De moed om te zijn (Paperback)
Uitgelicht
|
22,50 |
Naar shop
|
|
22,50 |
Naar shop
|
|
22,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
Paul Tillich (1886-1965) geldt als een van de belangrijkste denkers van de moderne tijd. Met zijn wijsgerige theologie bevond hij zich op het kruispunt van liberalisme en orthodoxie, van idealisme en realisme, en van protestantisme en katholicisme. «De moed om te zijn» wordt algemeen gezien als het hoogtepunt van zijn oeuvre. Als legerpredikant maakte Tillich de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog mee, wat een blijvende indruk achterliet. Na omzwervingen langs diverse leerstoelen godsdienstfilosofie werd hij in 1929 hoogleraar in Frankfurt, waar hij actief tegen de opkomst van de nationaalsocialisten ageerde. Na de machtsübernahme van Hitler in 1933 vluchtte hij naar de Verenigde Staten, waar hij doceerde aan de universiteiten van New York, Harvard en Chicago. Voor Tillich betekende filosofisch denken over religie voortdurend herdefiniëren van de inhoud, waarde en waarheid van de christelijke boodschap. Volgens hem moet het christendom voortdurend positie kiezen tegenover wijsgerige vragen die voortkomen uit de culturele werkelijkheid van alledag. Het is dus geen verzameling dogma’s, maar een voortdurende queeste naar waarheid, naar God en naar de mens. De kernvraag «Wie ben ik?» vormt volgens hem de drijvende kracht achter elke theologie en filosofie.
De moed om te zijn biedt een diepgaande verkenning van de menselijke ervaring, waarbij angst en moed centraal staan. Tillich biedt inzicht in existentiële vragen over identiteit en zingeving, en fungeert als gids voor een authentiek leven. Het werk nodigt uit tot reflectie en levert praktische handvatten voor het omgaan met de angsten van het bestaan in een chaotische wereld.
Kenmerken
- De moed om te zijn wordt gezien als hoogtepunt.
- Religie is een voortdurende queeste, geen vast dogma.
- WOI-ervaringen maakten diepe indruk op zijn denken.
- Exil naar de VS; doceerde aan NY, Harvard, Chicago.
- Centrale vraag: 'Wie ben ik?' en zoektocht naar waarheid.
Paul Tillich (1886-1965) geldt als een van de belangrijkste denkers van de moderne tijd. Met zijn wijsgerige theologie bevond hij zich op het kruispunt van liberalisme en orthodoxie, van idealisme en realisme, en van protestantisme en katholicisme. «De moed om te zijn» wordt algemeen gezien als het hoogtepunt van zijn oeuvre. Als legerpredikant maakte Tillich de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog mee, wat een blijvende indruk achterliet. Na omzwervingen langs diverse leerstoelen godsdienstfilosofie werd hij in 1929 hoogleraar in Frankfurt, waar hij actief tegen de opkomst van de nationaalsocialisten ageerde. Na de machtsübernahme van Hitler in 1933 vluchtte hij naar de Verenigde Staten, waar hij doceerde aan de universiteiten van New York, Harvard en Chicago. Voor Tillich betekende filosofisch denken over religie voortdurend herdefiniëren van de inhoud, waarde en waarheid van de christelijke boodschap. Volgens hem moet het christendom voortdurend positie kiezen tegenover wijsgerige vragen die voortkomen uit de culturele werkelijkheid van alledag. Het is dus geen verzameling dogma’s, maar een voortdurende queeste naar waarheid, naar God en naar de mens. De kernvraag «Wie ben ik?» vormt volgens hem de drijvende kracht achter elke theologie en filosofie.
De moed om te zijn biedt een diepgaande verkenning van de menselijke ervaring, waarbij angst en moed centraal staan. Tillich biedt inzicht in existentiële vragen over identiteit en zingeving, en fungeert als gids voor een authentiek leven. Het werk nodigt uit tot reflectie en levert praktische handvatten voor het omgaan met de angsten van het bestaan in een chaotische wereld.
Kenmerken
- De moed om te zijn wordt gezien als hoogtepunt.
- Religie is een voortdurende queeste, geen vast dogma.
- WOI-ervaringen maakten diepe indruk op zijn denken.
- Exil naar de VS; doceerde aan NY, Harvard, Chicago.
- Centrale vraag: 'Wie ben ik?' en zoektocht naar waarheid.