Ruimte voor Regulering van Microtargeting
Uitgelicht
|
49,00 |
Naar shop
|
|
49,00 |
Naar shop
|
|
49,00 |
Naar shop
|
Beschrijving
De verkiezingsstrijd digitaliseert en politieke partijen maken steeds intensiever gebruik van moderne technologieën. Microtargeting, met name via sociale media, stelt hen in staat om op basis van data-analyse gerichte campagneberichten naar individuele burgers te sturen. Hierbij worden specifieke thema’s belicht die aansluiten bij de interesses en behoeften van verschillende doelgroepen, zoals ouderen met betrekking tot de AOW en studenten die meer willen weten over de basisbeurs. De boodschap kan zelfs zo verfijnd worden dat de toon en inhoud zijn afgestemd op de karaktertrekken van de ontvanger, zodat de impact van de communicatie maximaal is.
Echter, met de opkomst van deze praktijken zijn er sinds het Cambridge Analytica-schandaal in 2016 toenemende zorgen gerezen over de gevolgen voor transparantie, publieke deliberatie en kiezersautonomie. Dit heeft in Nederland geleid tot een breed debat over de vraag of en hoe microtargeting gereguleerd zou moeten worden. Het onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt, richt zich op de juridische context van microtargeting en beoogt niet alleen een bijdrage te leveren aan de academische kennis over dit fenomeen, maar ook handvatten te bieden voor het formuleren van effectieve en passende regelgeving binnen de nationale context.
Het onderzoeksobject wordt geanalyseerd vanuit drie invalshoeken. Eerst vindt er een probleemanalyse plaats waarin de huidige stand van zaken wordt in kaart gebracht. Vervolgens wordt microtargeting als campagnetool gepositioneerd binnen de Nederlandse, niet-interventionistische partijreguleringstraditie, wat leidt tot de afleiding van belangrijke beginselen en uitgangspunten voor mogelijke regulering. Tot slot wordt er gekeken naar de grenzen die vanuit een grondrechtelijk perspectief voor de wetgever gelden. Dit geeft inzicht in de wettelijke mogelijkheden en beperkingen bij het aanpakken van microtargeting.
Naast de nationale context wordt ter inspiratie ook gekeken naar andere landen, zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland. In deze landen zijn al maatregelen getroffen op het gebied van digitale campagne- en debatvoering, wat waardevolle lessen kan bieden voor de Nederlandse situatie.
Dit onderzoek voorziet in een heldere, gestructureerde en inhoudelijk onderbouwde analyse van microtargeting in de politiek, en vormt een noodzakelijke basis voor toekomstige discussies en beleidsvorming in Nederland. Het biedt zowel academische als praktische inzichten die relevant zijn voor politieke partijen, beleidsmakers en onderzoekers.
De verkiezingsstrijd digitaliseert en politieke partijen maken steeds intensiever gebruik van moderne technologieën. Microtargeting, met name via sociale media, stelt hen in staat om op basis van data-analyse gerichte campagneberichten naar individuele burgers te sturen. Hierbij worden specifieke thema’s belicht die aansluiten bij de interesses en behoeften van verschillende doelgroepen, zoals ouderen met betrekking tot de AOW en studenten die meer willen weten over de basisbeurs. De boodschap kan zelfs zo verfijnd worden dat de toon en inhoud zijn afgestemd op de karaktertrekken van de ontvanger, zodat de impact van de communicatie maximaal is.
Echter, met de opkomst van deze praktijken zijn er sinds het Cambridge Analytica-schandaal in 2016 toenemende zorgen gerezen over de gevolgen voor transparantie, publieke deliberatie en kiezersautonomie. Dit heeft in Nederland geleid tot een breed debat over de vraag of en hoe microtargeting gereguleerd zou moeten worden. Het onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt, richt zich op de juridische context van microtargeting en beoogt niet alleen een bijdrage te leveren aan de academische kennis over dit fenomeen, maar ook handvatten te bieden voor het formuleren van effectieve en passende regelgeving binnen de nationale context.
Het onderzoeksobject wordt geanalyseerd vanuit drie invalshoeken. Eerst vindt er een probleemanalyse plaats waarin de huidige stand van zaken wordt in kaart gebracht. Vervolgens wordt microtargeting als campagnetool gepositioneerd binnen de Nederlandse, niet-interventionistische partijreguleringstraditie, wat leidt tot de afleiding van belangrijke beginselen en uitgangspunten voor mogelijke regulering. Tot slot wordt er gekeken naar de grenzen die vanuit een grondrechtelijk perspectief voor de wetgever gelden. Dit geeft inzicht in de wettelijke mogelijkheden en beperkingen bij het aanpakken van microtargeting.
Naast de nationale context wordt ter inspiratie ook gekeken naar andere landen, zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland. In deze landen zijn al maatregelen getroffen op het gebied van digitale campagne- en debatvoering, wat waardevolle lessen kan bieden voor de Nederlandse situatie.
Dit onderzoek voorziet in een heldere, gestructureerde en inhoudelijk onderbouwde analyse van microtargeting in de politiek, en vormt een noodzakelijke basis voor toekomstige discussies en beleidsvorming in Nederland. Het biedt zowel academische als praktische inzichten die relevant zijn voor politieke partijen, beleidsmakers en onderzoekers.
Productspecificaties
| Merk | University of Groningen Press |
|---|---|
| Categorie | |
| EAN |
|
| Maat |
|
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: