Alfredo Marcucci & Ensemble Piacevole Timeless Tango (CD)
Uitgelicht
|
19,00
18,03 |
Naar shop
|
|
69,47 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
Tijdloze Tango Het lijkt allemaal zo gewoon. Achter de voordeur van een twee-onder-een-kapwoning in België kruipt de geur van ouderwetse groentesoep de neusgaten binnen. De muren in de woonkamer zijn behangen met ijverig geborduurde panelen en vriendelijke familiefoto's. De pater familias schuifelt, als een onmisbaar rekwisiet in het tafereel, over de warme tegelvloer. Er is hier meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Achter de gevel die van een gepensioneerde arbeider lijkt te zijn, gaat de emotie en de passie van de Argentijnse tango schuil. Dit is het huis van Alfredo Marcucci, een man die de tango met de paplepel heeft ingegoten gekregen, en wiens wortels nog steeds verankerd zijn in de gezongen en gespeelde tristessa van de Argentijnse immigranten. Marcucci zag voor het eerst het daglicht in 1930, in Buenos Aires, centrum van het kloppende hart van de tango. Cafés, nachtclubs, danszalen, patio's, huiskamers, elke hoek van de stad was doordrenkt van de melancholie van het Argentijnse volk, vertaald in klank. Elke avond stonden de talrijke concurrerende orkesten klaar om hun publiek dansbare troost of stomende vergetelheid te bieden. Elk ensemble dat die naam waardig was, telde vier of zelfs vijf bandoneonisten, vier violisten, een pianist, een bassist, en twee zangers die de liefde en het verdriet van de muziek van een duidelijk verstaanbare tekst voorzagen. In de traditionele tango waren de zangers de sterren van de show. De afwisselend smachtende en bijtende ritmes en de voorspelbare tussenspelen waren slechts de ondergrond waarop de dichters hun ongelukkige liefdes, onvervulde verlangens en brandend heimwee konden graveren. In deze omgeving gaf Marcucci zich volledig over aan de muziek. Reeds op jeugdige leeftijd had hij een bandoneon op schoot, de Duitse trekharmonica die tot mondstuk van Argentinië was gepromoveerd.
Tijdloze Tango Het lijkt allemaal zo gewoon. Achter de voordeur van een twee-onder-een-kapwoning in België kruipt de geur van ouderwetse groentesoep de neusgaten binnen. De muren in de woonkamer zijn behangen met ijverig geborduurde panelen en vriendelijke familiefoto's. De pater familias schuifelt, als een onmisbaar rekwisiet in het tafereel, over de warme tegelvloer. Er is hier meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Achter de gevel die van een gepensioneerde arbeider lijkt te zijn, gaat de emotie en de passie van de Argentijnse tango schuil. Dit is het huis van Alfredo Marcucci, een man die de tango met de paplepel heeft ingegoten gekregen, en wiens wortels nog steeds verankerd zijn in de gezongen en gespeelde tristessa van de Argentijnse immigranten. Marcucci zag voor het eerst het daglicht in 1930, in Buenos Aires, centrum van het kloppende hart van de tango. Cafés, nachtclubs, danszalen, patio's, huiskamers, elke hoek van de stad was doordrenkt van de melancholie van het Argentijnse volk, vertaald in klank. Elke avond stonden de talrijke concurrerende orkesten klaar om hun publiek dansbare troost of stomende vergetelheid te bieden. Elk ensemble dat die naam waardig was, telde vier of zelfs vijf bandoneonisten, vier violisten, een pianist, een bassist, en twee zangers die de liefde en het verdriet van de muziek van een duidelijk verstaanbare tekst voorzagen. In de traditionele tango waren de zangers de sterren van de show. De afwisselend smachtende en bijtende ritmes en de voorspelbare tussenspelen waren slechts de ondergrond waarop de dichters hun ongelukkige liefdes, onvervulde verlangens en brandend heimwee konden graveren. In deze omgeving gaf Marcucci zich volledig over aan de muziek. Reeds op jeugdige leeftijd had hij een bandoneon op schoot, de Duitse trekharmonica die tot mondstuk van Argentinië was gepromoveerd.