Boontjes uit water eten is een roman over verdwalen: in een vreemde stad, in een vreemde tijd en in jezelf. Het verhaal volgt Hannah, een jonge Nederlandse lerares, die vast komt te zitten in het hart van India tijdens corona, en Nanak, een Sikh-student, wier dromen onderbroken worden maar gaandeweg weer opbloeien. In de chaos van lockdowns, gesloten grenzen en muren van regels worstelen zij met liefde die blijft bestaan ondanks afstand en onzekerheid. Het boek beschrijft hoe verbinding toch mogelijk is, hoe hoop, verlies en toeval het leven beïnvloeden en hoe men opnieuw durft te zoeken wanneer alles op losse schroeven staat. Een ode aan verbondenheid in tijden van isolatie, verteld vanuit een Nederlandse bril op een pandemie-ervaring in India.
Verhaal
In dit verhaal volgen we Hannah en Nanak die verliefd zijn, maar elkaar kwijtraken in de chaos van een lockdown in Delhi. De stad sluit zich op, reizen worden gecanceld en angst en afstand creëren nieuwe wanden tussen hen. Eén virus, twee levens, duizenden kilometers onzekerheid. Het gaat over hoe liefde kan blijven bestaan ondanks geen aanraking en hoe men hoop en veerkracht vindt om opnieuw te durven zoeken.