Na zestig jaar laait de discussie rond Hans Georg Calmeyer opnieuw op. Deze Duitse ambtenaar in het bestuur van de bezetter moest in twijfelgevallen beslissen over Joodse afstamming. Ongeveer 5700 gevallen zijn hem voorgelegd, vaak door personen die aangaven ten onrechte als Jood te zijn geregistreerd of minder Joodse grootouders te hebben dan bij de aanmelding werd gedacht. Calmeyers beslissing kon hen voor deportatie behoeden. In sommige beschouwingen wordt hij gezien als een ‘goede’ Duitser die Joden heeft gered, terwijl andere beschouwingen hem afschilderen als onverschillig en meewerkend aan vervolging. Het debat kreeg verdere reikwijdte met publicaties zoals Het geval Calmeyer (2008) en cameeras van critici die de interpretaties en adviezen van Calmeyer onder de loep nemen. Ruth van Galen, die zelf door een beslissing van Calmeyer voor vervolging werd behoed, levert een tegengeluid door te suggereren dat het negatieve oordeel voortkomt uit een tunnelvisie.
Achtergrond en controverse
Calmeyer besliste in twijfelgevallen over Joodse afstamming. Ongeveer 5700 gevallen werden hem voorgelegd; vaak door mensen die stelden ten onrechte als Jood geregistreerd te zijn of minder Joodse grootouders te hebben. Zijn besluiten konden hen voor deportatie behoeden. In de literatuur wordt hij uiteenlopend beoordeeld: sommige bronnen beschouwen hem als een ‘goede’ Duitser die Joden heeft gered, terwijl anderen hem afschilderen als onverschillig en medeplichtig aan vervolging. Het debat werd onder meer gevoed door publicaties zoals Het geval Calmeyer (2008), waarin Geraldien von Frijtag Drabbe Künzel een negatief beeld schetst, onder auspiciën van het NIOD. Ruth van Galen levert daartegenover kritiek en suggereert dat het negatieve oordeel te wijten kan zijn aan tunnelvisie. Daarnaast is Van Galen zelf een historische figuur met een achtergrond in publieke wetgeving en rechtspraak, onder meer aan de Universiteit van Amsterdam en het Gerechtshof te Den Haag.