CUBA CHA CHÁ 1950 1962
Uitgelicht
|
34,14
28,99 |
Naar shop
|
|
30,79 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol
Cuba: Cha Cha Cha 1950-1962 is een tweedelige CD-compilatie die de bloeitijd van het cha-cha-chá-genre belicht, een dansbare Cubaanse muziekstijl die rond 1950 ontstond uit de danzón en mambo. Het album richt zich op authentieke opnames uit de gouden eeuw van deze ritmische, internationale sensatie, voordat de revolutie van 1959 veel musici naar de VS deed vluchten. Cha-cha-chá, bedacht door violist Enrique Jorrín bij Orquesta América, kenmerkt zich door een opvallend vocaal refrein van de instrumentalisten, percussieve pulsen en een onweerstaanbare groove die de dansvloeren van Havana tot New York deed swingen. Het prioriteert het originele Cubaanse geluid boven Amerikaanse versies, met bijdragen van iconen als Pérez Prado, Beny Moré en Orquesta Aragón, en illustreert de vruchtbare uitwisseling tussen Cubaanse en Amerikaanse artiesten zoals Tito Puente. Deze verzameling, uitgebracht in 2026 door Frémeaux & Associés, vangt de essentie van cha-cha-chá als piek in de Cubaanse muziekgeschiedenis, met hits die de mambo overschaduwden en zelfs rockinvloeden inspireerden. Het toont hoe de stijl evolueerde naar pachanga en de populariteit genoot onder toeristen en in buurten als Spanish Harlem, met een focus op de professionele, dansbare klanken uit die periode. Bruno Blum biedt commentaar op de wording ervan, benadrukkend de rol van grootheden als Antonio Arcaño en Julio Gutiérrez in deze levendige, pre-revolutionaire erfenis.
Cuba: Cha Cha Cha 1950-1962 is een tweedelige CD-compilatie die de bloeitijd van het cha-cha-chá-genre belicht, een dansbare Cubaanse muziekstijl die rond 1950 ontstond uit de danzón en mambo. Het album richt zich op authentieke opnames uit de gouden eeuw van deze ritmische, internationale sensatie, voordat de revolutie van 1959 veel musici naar de VS deed vluchten. Cha-cha-chá, bedacht door violist Enrique Jorrín bij Orquesta América, kenmerkt zich door een opvallend vocaal refrein van de instrumentalisten, percussieve pulsen en een onweerstaanbare groove die de dansvloeren van Havana tot New York deed swingen. Het prioriteert het originele Cubaanse geluid boven Amerikaanse versies, met bijdragen van iconen als Pérez Prado, Beny Moré en Orquesta Aragón, en illustreert de vruchtbare uitwisseling tussen Cubaanse en Amerikaanse artiesten zoals Tito Puente. Deze verzameling, uitgebracht in 2026 door Frémeaux & Associés, vangt de essentie van cha-cha-chá als piek in de Cubaanse muziekgeschiedenis, met hits die de mambo overschaduwden en zelfs rockinvloeden inspireerden. Het toont hoe de stijl evolueerde naar pachanga en de populariteit genoot onder toeristen en in buurten als Spanish Harlem, met een focus op de professionele, dansbare klanken uit die periode. Bruno Blum biedt commentaar op de wording ervan, benadrukkend de rol van grootheden als Antonio Arcaño en Julio Gutiérrez in deze levendige, pre-revolutionaire erfenis.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: