Dagelijks leven in de gouden eeuw II
Uitgelicht
|
15,99 |
Naar shop
|
|
15,99 |
Naar shop
|
|
15,99 |
Naar shop
|
Beschrijving
Het tweede deel van de beschrijving is gewijd aan het maatschappelijke leven in de ruimste zin van het woord. De 17e-eeuwse Hollander verschijnt bij zijn vermaak en feestelijkheden, maar ook in arbeid en grote ondernemingen. In het slothoofdstuk worden de grenzen van het kleine Nederland ver overschreden en komt de zeemanschap als typerende eigenschap van de Hollandse aard naar voren, sterk verbonden met koopmanschap. De tekst onderstreept dat ondernemingszin de Gouden Eeuw in vele opzichten heeft grootgemaakt; zodra die zin afneemt, krimpt het volk. De auteur schetst een open oog: burgers, boeren, werkers en soldaten komen helder naar voren, zonder een te roze schilderij te geven, maar met de donkere tinten en schaduwen die in de werkelijkheid thuis horen. Er ontstaat een fleurige beschrijving van een rijk land dat bouwde en werkte, open stond voor vreemdelingen en vluchtelingen, en waar geestesleven met tolerantie samenging. Tot slot gaat het over de vrijheid, “la douceur de la liberté”, als het beste kenmerk van het nationale leven, ook al was die vrijheid niet in alle opzichten volledig verworven.
Kenmerken
- Maatschappelijk leven centraal in deel II
- Zeemanschap als typerende Hollandse aard
- Koopmanschap nauw verbonden met zeemanschap
- Ondernemingszin maakte de Gouden Eeuw groot
- Open, tolerant geestesleven in het land
- Vergelijking met figuren als Rembrandt en Vondel
Het tweede deel van de beschrijving is gewijd aan het maatschappelijke leven in de ruimste zin van het woord. De 17e-eeuwse Hollander verschijnt bij zijn vermaak en feestelijkheden, maar ook in arbeid en grote ondernemingen. In het slothoofdstuk worden de grenzen van het kleine Nederland ver overschreden en komt de zeemanschap als typerende eigenschap van de Hollandse aard naar voren, sterk verbonden met koopmanschap. De tekst onderstreept dat ondernemingszin de Gouden Eeuw in vele opzichten heeft grootgemaakt; zodra die zin afneemt, krimpt het volk. De auteur schetst een open oog: burgers, boeren, werkers en soldaten komen helder naar voren, zonder een te roze schilderij te geven, maar met de donkere tinten en schaduwen die in de werkelijkheid thuis horen. Er ontstaat een fleurige beschrijving van een rijk land dat bouwde en werkte, open stond voor vreemdelingen en vluchtelingen, en waar geestesleven met tolerantie samenging. Tot slot gaat het over de vrijheid, “la douceur de la liberté”, als het beste kenmerk van het nationale leven, ook al was die vrijheid niet in alle opzichten volledig verworven.
Kenmerken
- Maatschappelijk leven centraal in deel II
- Zeemanschap als typerende Hollandse aard
- Koopmanschap nauw verbonden met zeemanschap
- Ondernemingszin maakte de Gouden Eeuw groot
- Open, tolerant geestesleven in het land
- Vergelijking met figuren als Rembrandt en Vondel