Daughters Of Albion (CD)
Uitgelicht
|
31,29 |
Naar shop
|
|
33,96 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
Daughters Of Albion, het zelfgetitelde debuutalbum van het duo Greg Dempsey en Kathy Yesse, verscheen in 1968 en markeert een bijzondere plek in de late jaren zestig West Coast pop- en folkrock. Het album staat bekend om zijn kenmerkende, vrolijke geluid dat wordt gekenmerkt door zoete harmonieën en een onmiskenbare Californische sfeer. De productie draagt duidelijk de handtekening van Leon Russell, die zorgt voor een subtiel laagje excentriciteit door het toevoegen van onverwachte orkestraties en effecten, wat het verder tilt boven het gemiddelde popalbum van die tijd. Qua genre beweegt het album zich tussen folkpop, softrock en sunshine pop, met een vleugje psychedelische invloeden die subtiel maar merkbaar aanwezig zijn. De sound doet enigszins denken aan tijdgenoten als Millennium, maar mist diens ambitieuze arrangementen, terwijl het ook niet de diepgang en duistere resonantie bereikt van de samenwerking tussen Judy Henske en Jerry Yester. Toch bezit het plaatje een eigen, dromerige charme, met liedjes die een soort van sprookjesachtig, onschuldig universum oproepen, schijnbaar ver verwijderd van de tijdloze, rauwere psychedelische rock van bijvoorbeeld Jefferson Airplane. Het geheel klinkt toegankelijk, luchtig en melodieus, met een sterke nadruk op samenzang en een vriendelijke, optimistische toon. Voor liefhebbers van zeldzame, eind jaren zestig Amerikaanse popmuziek met een eigenzinnige twist is dit album een boeiende ontdekking.
Daughters Of Albion, het zelfgetitelde debuutalbum van het duo Greg Dempsey en Kathy Yesse, verscheen in 1968 en markeert een bijzondere plek in de late jaren zestig West Coast pop- en folkrock. Het album staat bekend om zijn kenmerkende, vrolijke geluid dat wordt gekenmerkt door zoete harmonieën en een onmiskenbare Californische sfeer. De productie draagt duidelijk de handtekening van Leon Russell, die zorgt voor een subtiel laagje excentriciteit door het toevoegen van onverwachte orkestraties en effecten, wat het verder tilt boven het gemiddelde popalbum van die tijd. Qua genre beweegt het album zich tussen folkpop, softrock en sunshine pop, met een vleugje psychedelische invloeden die subtiel maar merkbaar aanwezig zijn. De sound doet enigszins denken aan tijdgenoten als Millennium, maar mist diens ambitieuze arrangementen, terwijl het ook niet de diepgang en duistere resonantie bereikt van de samenwerking tussen Judy Henske en Jerry Yester. Toch bezit het plaatje een eigen, dromerige charme, met liedjes die een soort van sprookjesachtig, onschuldig universum oproepen, schijnbaar ver verwijderd van de tijdloze, rauwere psychedelische rock van bijvoorbeeld Jefferson Airplane. Het geheel klinkt toegankelijk, luchtig en melodieus, met een sterke nadruk op samenzang en een vriendelijke, optimistische toon. Voor liefhebbers van zeldzame, eind jaren zestig Amerikaanse popmuziek met een eigenzinnige twist is dit album een boeiende ontdekking.