David Johansen And The Harry Smiths (LP)
Uitgelicht
|
43,74 |
Naar shop
|
|
43,74 |
Naar shop
|
|
66,52 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
David Johansen and the Harry Smiths is een folk-bluesalbum dat in 2000 werd uitgebracht door het label Chesky Records. Het project kwam voort uit David Johansens betrokkenheid bij de folkmuziekscene die eind jaren negentig floreerde in de clubs van New York City. Geïnspireerd door de heruitgave in 1997 van Harry Everett Smiths Anthology of American Folk Music, een compilatie met country- en bluesopnames uit de jaren 1920 en 1930, richtte Johansen de band op en vernoemde deze naar de invloedrijke musicoloog. Dit was Johansens eerste album sinds 1984 dat op zijn eigen naam stond, waarmee hij afstand nam van zijn muzikale alter ego Buster Poindexter. Het album werd opgenomen in de St. Peter's Episcopal Church in New York City en geproduceerd door Brian Koonin en Norman Chesky. Het project bracht een groep ervaren muzikanten samen die hun diverse talenten inzetten voor de opnames. De band bestond uit Brian Koonin op gitaar en mandoline, Larry Saltzman op gitaar en banjo, Kermit Driscoll op bas en didgeridoo, en Joey Baron op percussie. Driscoll en Baron hadden beiden veel samengewerkt met jazzgitarist Bill Frisell en met tal van andere jazzartiesten, waardoor ze verfijnde muzikaliteit toevoegden aan het folk-bluesmateriaal. Johansens kenmerkende zangstijl, gekenmerkt door zijn ruwe stemgeluid en half gesproken, half gezongen aanpak, werd het bepalende kenmerk van het album. Critici prezen hoe zijn krachtige stemgeluid het vintage materiaal aanvulde, waarbij zijn interpretaties directheid en emotionele resonantie brachten in de traditionele nummers die de basis van het album vormden.
David Johansen and the Harry Smiths is een folk-bluesalbum dat in 2000 werd uitgebracht door het label Chesky Records. Het project kwam voort uit David Johansens betrokkenheid bij de folkmuziekscene die eind jaren negentig floreerde in de clubs van New York City. Geïnspireerd door de heruitgave in 1997 van Harry Everett Smiths Anthology of American Folk Music, een compilatie met country- en bluesopnames uit de jaren 1920 en 1930, richtte Johansen de band op en vernoemde deze naar de invloedrijke musicoloog. Dit was Johansens eerste album sinds 1984 dat op zijn eigen naam stond, waarmee hij afstand nam van zijn muzikale alter ego Buster Poindexter. Het album werd opgenomen in de St. Peter's Episcopal Church in New York City en geproduceerd door Brian Koonin en Norman Chesky. Het project bracht een groep ervaren muzikanten samen die hun diverse talenten inzetten voor de opnames. De band bestond uit Brian Koonin op gitaar en mandoline, Larry Saltzman op gitaar en banjo, Kermit Driscoll op bas en didgeridoo, en Joey Baron op percussie. Driscoll en Baron hadden beiden veel samengewerkt met jazzgitarist Bill Frisell en met tal van andere jazzartiesten, waardoor ze verfijnde muzikaliteit toevoegden aan het folk-bluesmateriaal. Johansens kenmerkende zangstijl, gekenmerkt door zijn ruwe stemgeluid en half gesproken, half gezongen aanpak, werd het bepalende kenmerk van het album. Critici prezen hoe zijn krachtige stemgeluid het vintage materiaal aanvulde, waarbij zijn interpretaties directheid en emotionele resonantie brachten in de traditionele nummers die de basis van het album vormden.