Het Besiendershuis in Nijmegen heeft een lange geschiedenis van bijna vijf eeuwen. Een huis dat overeind is gebleven te midden van de stadse stormen en gezien wordt als een poort naar het verleden. In deze raamvertelling worden zes kinderen, elk uit een andere tijdsperiode, geconfronteerd met hun eigen taak: iets goed te maken. Het verhaal combineert historische periodes met een stukje bovennatuurlijke verbeelding en laat zien hoe het huis als wormgat naar het verleden fungeert, en hoe moeilijk het kan zijn om weer terug te keren naar het heden. Deze vertelling is geschreven door Marloes Morshuis voor het interactieve project De Geest van het Besiendershuis, dat half oktober in Nijmegen van start gaat. Achterin het boek staan korte sfeerbeschrijvingen en uitleg over de periodes waarin de verhalen zich afspelen.
Verhaal
Tijdens een avond dwalen zes kinderen het Besiendershuis binnen en belanden ieder in een andere tijd in Nijmegen: Sami in de Bataafse opstand, Saar in de periode van Mariken van Nieumeghen, Mette in de Pest-epidemie, Dex aan het eind van de 19e eeuw, Caya in de Tweede Wereldoorlog en Mats tijdens de Piersonrellen in 1981. De zes hebben allemaal iets goed te maken en het huis fungeert als een plek waar geschiedenis kruipt en mogelijk ook weer terug kan keren naar het heden.
Achtergrond
Het Besiendershuis bestaat echt en ligt vlak bij de Waalkade in Nijmegen. Het is een van de weinige gebouwen die nog overeind staat in de stadse geschiedenis en wordt gezien als een wormgat waardoor je de geschiedenis in kunt kruipen, met de mogelijkheid om later weer terug te keren. De raamvertelling is geschreven door Marloes Morshuis voor het interactieve project De Geest van het Besiendershuis, dat half oktober van start gaat. In het boek staat achterin per periode een korte sfeerbeschrijving en uitleg over de grotendeels waargebeurde verhalen.