De werken van barmhartigheid vormen een centraal thema in het evangelie van Matteüs, met name in Matteüs 25, 31-46. Deze passage beschrijft het moment waarop de Mensenzoon aan het einde der tijden de schapen van de bokken scheidt, op basis van hun daden jegens de hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken en gevangenen. Dit heeft door de eeuwen heen geleid tot een traditionele interpretatie waarbij christenen verplicht zijn om goede werken te verrichten, in de veronderstelling dat dit van essentieel belang is voor hun behoud in de eeuwigheid.
Deugden en verplichtingen
De boodschap van deze tekst lijkt op het eerste gezicht duidelijk: wie barmhartigheid toont, wordt beloond met toegang tot het Koninkrijk der Hemelen, terwijl wie dit nalaat, geconfronteerd wordt met eeuwige straf. Echter, bij een diepere lezing van de tekst komt naar voren dat deze boodschap niet zo vanzelfsprekend is. De tekst laat namelijk geen ruimte voor een ideale maatschappij waar niemand tekortkomt. Dit roept de vraag op: hoe kan men goede werken verrichten in een wereld zonder behoeftigen?
In de middeleeuwen heeft men hieruit de conclusie getrokken dat de armen een belangrijke rol vervullen in de samenleving, als degenen die de rijken de kans bieden om hun ziel te redden door liefdadigheid. Dit heeft geleid tot een behoudende houding ten opzichte van sociale ongelijkheid, waarbij de maatschappelijke structuur ongewijzigd blijft.
Het niet-weten
Een ander opmerkelijk aspect van deze bijbeltekst is het feit dat zowel de schapen als de bokken zich niet bewust zijn van hun daden. Dit niet-weten is een cruciaal element van de passage en neemt een aanzienlijk deel van de tekst in beslag, waar de werken van barmhartigheid twee keer worden opgesomd. Tot nu toe heeft deze dimensie in de kerkelijke en theologische interpretaties weinig aandacht gekregen.
De Schotse theoloog en filosoof Donald MacKinnon biedt een alternatieve interpretatie van de tekst die zich richt op dit aspect van het niet-weten. Dit suggereert dat het belangrijk is om de intenties en de oprechtheid van de daden van barmhartigheid te overwegen, in plaats van enkel te focussen op de resultaten ervan.
In dit werk worden de diepere betekenissen van de werken van barmhartigheid onderzocht, evenals de implicaties ervan voor zowel het individu als de maatschappij. Het biedt een nieuw perspectief op een eeuwenoud thema dat nog steeds relevant is in de huidige tijd.