In zijn Rotterdamse oratie behandelt Kid Schwarz de betekenis van het vennootschappelijk belang als wettelijk richtsnoer voor het functioneren van bestuur en toezichthouders binnen NV en BV. De inhoud van dit belang kreeg vorm in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar blijft volgens Schwarz een fluïde begrip dat vragen oproept over bruikbaarheid als toetssteen voor het management. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kringen van belanghebbenden die een rol spelen bij de bestuurlijke definitie van het vennootschappelijk belang. In de categorisering van deelbelangen is er sprake van verschillende mogelijkheden om bescherming van die belangen door het management af te dwingen. Het gaat om de slagkracht van organisatierechtelijk bij de vennootschap betrokkenen, met name aandeelhouders, versus direct institutioneel bij de onderneming betrokkenen (contractspartijen) en indirect institutioneel betrokkenen. In de laatstgenoemde categorie gaat het om partijen die onvrijwillig geraakt worden door de activiteiten van de vennootschap. De omvang van de onderneming kan een indicatie vormen voor de wijze van bestuurlijke weging van de deelbelangen bij de definitie van het vennootschappelijk belang.
Deze beschouwing benadrukt hoe het vennootschappelijk belang als toetssteen kan fungeren voor managementbeslissingen en hoe de context van kring van belanghebbenden en de grootte van de onderneming invloed hebben op de afwegingen die bestuur en toezichthouders maken.
Kenmerken
- Vennootschappelijk belang als richtsnoer voor bestuur en toezicht
- Kringen van belanghebbenden spelen rol in de definitie
- Deelbelangen beïnvloeden bescherming door management
- Aandeelhouders en andere betrokkenen onderscheiden
- Indirect betrokkenen raken mogelijk onvrijwillig door bedrijfsactiviteiten
- Ondernemingsomvang beïnvloedt bestuurlijke weging van belangen
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: