De moderne filosofie begon met een breuk. In de 17de en 18de eeuw veranderde het westerse denken definitief van gedaante. Het christelijk geloof en de metafysische erfenis van Plato tot Thomas maakten plaats voor de moderne wetenschap en een onstilbaar verlangen naar vrijheid en zelfbepaling. De filosofie zocht een nieuwe identiteit. Dit boek brengt die historische omwenteling op een originele wijze in kaart. Het denken van onder meer Descartes, Spinoza, Cavendish, Leibniz, Vico, Locke, Hume, Rousseau en Kant wordt in zijn volle breedte geschetst en binnen een ruimer ideeënhistorisch kader geplaatst. Maar het verhaal van de moderne filosofie is genuanceerder dan vaak wordt aangenomen. Verlichtingsfilosofen zagen in wetenschap en techniek een kans voor de mensheid, maar bleven kritisch. Ze streden tegen bijgeloof, maar geloofden niet in een wereld zonder religie. Ze prezen de rede, maar wisten dat gevoel en passie de mens meer drijven dan hij zelf wil toegeven. Achter het vooruitgangsgeloof schuilde een blijvend besef van kwetsbaarheid en onvoorspelbaarheid. Zo onthult dit boek de intellectuele spanningen waaruit onze moderne cultuur en manier van denken zijn voortgekomen.
AmazonPagina's: 456, Editie: Eerste editie, Paperback, Owl Press