De metafysische intuitie
Uitgelicht
|
19,50 |
Naar shop
|
|
19,50 |
Naar shop
|
|
19,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
De metafysische intuïtie als basis van onze werkelijkheid wordt in dit werk benaderd via twee centrale teksten uit de vedanta-traditie: de Bhagavad Gita en de Mandukya Upanishad, met Gaudapada’s karika. Swami Siddheswarananda betoogt dat het besef van de werkelijkheid geen cognitieve daad of ervaring is, maar een metafysische intuitie die ons ware wezen in het hier en nu omvat. Dit inzicht overstijgt het kader van waak-, droom- en slaapbewustzijn en verweeft de principes van non-dualiteit en non-causaliteit met het bestaan als een ondeelbaar en ongeboren geheel. Aan de hand van deze bronnen laat hij zien hoe de advaita-kenmerken niet slechts theoretische bouwstenen zijn, maar diep verankerde realiteiten van ons bestaan.
Het boek combineert heldere uiteenzetting met verwijzingen naar het leven en werk van denkers zoals Meister Eckhart, Shankara, Ramana Maharshi en Ramakrishna, waardoor de lezer verschillende invalshoeken krijgt op de kernideeën van de vedanta-filosofie. Centraal staan twee metafysische pijlers: de ondeelbaarheid en de ongeborenheid van het bestaan, die in de Mandukya Upanishad met Gaudapada’s karika onvertaald en in vertaling beschikbaar zijn. De vertaling van Gaudapada’s karika door Swami Gambhirananda geeft daarmee een vroege, logische uiteenzetting van deze principes, zoals opgenomen in deze uitgave. Voor liefhebbers van oosterse spirituele filosofie biedt dit werk een helder toegankelijke ingang tot vedanta en de advaita-verbinding tussen bewustzijn en werkelijkheid.
Kenmerken
- Metafysische intuïtie als realisatie van ons ware wezen
- Non-dualiteit en non-causaliteit als kernbeginselen
- Bhagavad Gita en Mandukya Upanishad als leidraad
- Gaudapada’s karika in vertaling van Gambhirananda
- Verbindt traditionele tekst met moderne benadering
- Referenties aan Eckhart, Shankara, Ramana en Ramakrishna
De metafysische intuïtie als basis van onze werkelijkheid wordt in dit werk benaderd via twee centrale teksten uit de vedanta-traditie: de Bhagavad Gita en de Mandukya Upanishad, met Gaudapada’s karika. Swami Siddheswarananda betoogt dat het besef van de werkelijkheid geen cognitieve daad of ervaring is, maar een metafysische intuitie die ons ware wezen in het hier en nu omvat. Dit inzicht overstijgt het kader van waak-, droom- en slaapbewustzijn en verweeft de principes van non-dualiteit en non-causaliteit met het bestaan als een ondeelbaar en ongeboren geheel. Aan de hand van deze bronnen laat hij zien hoe de advaita-kenmerken niet slechts theoretische bouwstenen zijn, maar diep verankerde realiteiten van ons bestaan.
Het boek combineert heldere uiteenzetting met verwijzingen naar het leven en werk van denkers zoals Meister Eckhart, Shankara, Ramana Maharshi en Ramakrishna, waardoor de lezer verschillende invalshoeken krijgt op de kernideeën van de vedanta-filosofie. Centraal staan twee metafysische pijlers: de ondeelbaarheid en de ongeborenheid van het bestaan, die in de Mandukya Upanishad met Gaudapada’s karika onvertaald en in vertaling beschikbaar zijn. De vertaling van Gaudapada’s karika door Swami Gambhirananda geeft daarmee een vroege, logische uiteenzetting van deze principes, zoals opgenomen in deze uitgave. Voor liefhebbers van oosterse spirituele filosofie biedt dit werk een helder toegankelijke ingang tot vedanta en de advaita-verbinding tussen bewustzijn en werkelijkheid.
Kenmerken
- Metafysische intuïtie als realisatie van ons ware wezen
- Non-dualiteit en non-causaliteit als kernbeginselen
- Bhagavad Gita en Mandukya Upanishad als leidraad
- Gaudapada’s karika in vertaling van Gambhirananda
- Verbindt traditionele tekst met moderne benadering
- Referenties aan Eckhart, Shankara, Ramana en Ramakrishna