Democratische legitimiteit in het onderwijsbestuur (Hardback)
Uitgelicht
|
85,50 |
Naar shop
|
|
85,50 |
Naar shop
|
|
85,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? Hoeveel controle is er op bestuurders en toezichthouders en in hoeverre is er zeggenschap over besluitvorming? De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur vanuit politieke noties van democratische legitimiteit. Hij analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige wetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie. Het werk is relevant voor beleidsmakers en juristen bij de overheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, en voor geïnteresseerden in de geschiedenis van medezeggenschap en grondwettelijke onderwijsartikelen.
Daarnaast behandelt het boek de relatie tussen medezeggenschap en de bestuurlijk-juridische structuur, met aandacht voor de rol van de rechtspersoon en de ontwikkeling van regeltjes rondom medezeggenschap.
Het werk schetst bovendien doelgroepen en toepassingsgebieden, zodat lezers een helder beeld krijgen van de impact van democratische principes op goed onderwijsbestuur en wetgeving.
Kenmerken
- Democratische legitimiteit van onderwijsbestuur centraal
- Bestuurlijk-juridische inrichting onderzocht
- Rechtspersoon in bekostigd onderwijs besproken
- Wettelijke medezeggenschap ontwikkeld en geëvalueerd
- Educatieve democratie als mogelijke nieuwe rechtsvorm
In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? Hoeveel controle is er op bestuurders en toezichthouders en in hoeverre is er zeggenschap over besluitvorming? De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur vanuit politieke noties van democratische legitimiteit. Hij analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige wetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie. Het werk is relevant voor beleidsmakers en juristen bij de overheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, en voor geïnteresseerden in de geschiedenis van medezeggenschap en grondwettelijke onderwijsartikelen.
Daarnaast behandelt het boek de relatie tussen medezeggenschap en de bestuurlijk-juridische structuur, met aandacht voor de rol van de rechtspersoon en de ontwikkeling van regeltjes rondom medezeggenschap.
Het werk schetst bovendien doelgroepen en toepassingsgebieden, zodat lezers een helder beeld krijgen van de impact van democratische principes op goed onderwijsbestuur en wetgeving.
Kenmerken
- Democratische legitimiteit van onderwijsbestuur centraal
- Bestuurlijk-juridische inrichting onderzocht
- Rechtspersoon in bekostigd onderwijs besproken
- Wettelijke medezeggenschap ontwikkeld en geëvalueerd
- Educatieve democratie als mogelijke nieuwe rechtsvorm
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: