In dit vierde deel van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen wordt de periode van 1575 tot 1675 uit de geschiedenis van het weer in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden belicht. Het boek combineert klimaatsverschijnselen met historische gebeurtenissen en geeft een gedetailleerd beeld van hoe landschap en klimaat invloed hadden op het dagelijks leven in de Gouden Eeuw. Hoofdzaken zijn onder meer de Kleine IJstijd die kort voor 1600 haar hoogtepunt bereikte, en een relatief milder klimaat in de Gouden Eeuw, naast aangrijpende en spectaculaire feiten zoals extreme weersverschijnselen en de wisselwerking tussen weer, natuur en conflicten in deze turbulente periode.
Het werk behandelt de jaren 1575 tot 1675 en verwijst naar een veelbewogen tijd met onder meer de Tachtigjarige Oorlog, conflicten met Engeland en het Rampjaar 1672. Door een combinatie van weerdata en historische context krijgen lezers een beeld van hoe klimatologische ontwikkelingen samenhingen met politieke en sociale gebeurtenissen.
Kenmerken
- Kleine IJstijd piekt kort voor 1600.
- Gouden Eeuw kende een relatief milde klimaat.
- Water in de straten van Haarlem.
- Wolven bij Roermond.
- Klokken kloppen uit zichzelf door aardbeving.
- Rampjaar 1672 en drie Engelse Zeeoorlogen.