Een beetje opstandigheid
Uitgelicht
|
29,99 |
Naar shop
|
|
29,99 |
Naar shop
|
|
29,99 |
Naar shop
|
Beschrijving
Johanna Westerdijk was een baanbrekende figuur in de Nederlandse wetenschap, vooral bekend als de eerste vrouwelijke hoogleraar. Haar carrière als hoogleraar plantenziektenkunde liep van 1917 tot 1952 aan de Rijksuniversiteit Utrecht en van 1930 tot 1952 aan de Universiteit van Amsterdam. Als directrice leidde ze het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten (1906-1952) en later het Centraal Bureau voor Schimmelcultures (1907-1958). Onder haar leiding groeide een oude villa in Baarn uit tot een internationaal netwerk van wetenschappers en industriëlen. Haar levensmotto – “Werken en feesten vormt schoone geesten” – werd letterlijk ergens in haar laboratorium vastgelegd. Haar verhaal biedt een verrassende inkijk in de wetenschappelijke wereld van het interbellum en in het leven van een uitzonderlijke vrouw.
Haar persoonlijkheid en werkwijze maken haar ook buiten de academische sfeer memorabel. Ze had een bulderende lach, hield van partijtjes, drank en dans, en had een duidelijke aversie tegen conventies zoals het huwelijk en bepaalde vormen van handwerk. Ondanks deze opvattingen verwierf ze brede waardering en respect in een wereld die destijds grotendeels door mannen werd bepaald. Haar aanpak en hospitality maakten van het laboratorium en het Baarnse huis een centraal knooppunt voor wie wereldwijd aan haar vak werkte.
- Eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland
- Hoofdfuncties aan Utrecht en Amsterdam
- Directeur van Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten
- Directeur van Centraal Bureau voor Schimmelcultures
- Levensmotto: Werken en feesten vormt schoone geesten
- Wereldwijd netwerk van wetenschappers en industriëlen
- Haar verhaal geeft inkijk in interbellum wetenschap
- Leven van een buitengewone vrouw in een door mannen gedomineerde wereld
Johanna Westerdijk was een baanbrekende figuur in de Nederlandse wetenschap, vooral bekend als de eerste vrouwelijke hoogleraar. Haar carrière als hoogleraar plantenziektenkunde liep van 1917 tot 1952 aan de Rijksuniversiteit Utrecht en van 1930 tot 1952 aan de Universiteit van Amsterdam. Als directrice leidde ze het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten (1906-1952) en later het Centraal Bureau voor Schimmelcultures (1907-1958). Onder haar leiding groeide een oude villa in Baarn uit tot een internationaal netwerk van wetenschappers en industriëlen. Haar levensmotto – “Werken en feesten vormt schoone geesten” – werd letterlijk ergens in haar laboratorium vastgelegd. Haar verhaal biedt een verrassende inkijk in de wetenschappelijke wereld van het interbellum en in het leven van een uitzonderlijke vrouw.
Haar persoonlijkheid en werkwijze maken haar ook buiten de academische sfeer memorabel. Ze had een bulderende lach, hield van partijtjes, drank en dans, en had een duidelijke aversie tegen conventies zoals het huwelijk en bepaalde vormen van handwerk. Ondanks deze opvattingen verwierf ze brede waardering en respect in een wereld die destijds grotendeels door mannen werd bepaald. Haar aanpak en hospitality maakten van het laboratorium en het Baarnse huis een centraal knooppunt voor wie wereldwijd aan haar vak werkte.
- Eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland
- Hoofdfuncties aan Utrecht en Amsterdam
- Directeur van Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten
- Directeur van Centraal Bureau voor Schimmelcultures
- Levensmotto: Werken en feesten vormt schoone geesten
- Wereldwijd netwerk van wetenschappers en industriëlen
- Haar verhaal geeft inkijk in interbellum wetenschap
- Leven van een buitengewone vrouw in een door mannen gedomineerde wereld
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: