Fantoomtrots wordt beschreven als een verschijnsel dat zich kan voordoen kort voor of na een vijandelijke overname van een bedrijf. Het roept een soort trots en Oranjegevoel op bij bedrijven die de beurs de afgelopen decennia hebben verlaten, vaak door buitenlandse barbaren en sprinkhanen. Het boek bespreekt hoe sommigen vinden dat bestuurders en toezichthouders zich schuldig maken aan luiheid en zelfgenoegzaamheid wanneer bedrijven van de beurs verdwijnen, en hoe dit ten koste gaat van prestaties, medewerkers, organisatie en maatschappij. Er wordt ingegaan op de ideäl van meervoudige waarderealisatie als een middel om de waardering van het aandeel te beschermen en zo de rust en autonomie van bestuurslijnen te bevorderen. Het pleit voor een activistische benadering van governance, waarbij toezichthouders een scherp zicht houden op de lange termijn potentieel van alle bezittingen die in een organisatie liggen opgesloten, inclusief menselijk kapitaal.
Het boek bevat spraakmakende cases uit het Nederlandse bedrijfsleven en nodigt bestuurders, toezichthouders en managers uit tot diepgaande reflectie. Daarnaast wordt er in een aparte verhaallijn een aangrijpende vertelling gepresenteerd over verlies, liefde en vergeving vanuit het perspectief van een protagonist die worstelt met zijn verleden, en biedt het daarmee ook een indringende kijk op de menselijke ervaring en de veerkracht van relaties. Het combineert maatschappelijke toepassingen met emotionele diepgang en zet aan tot nadenken over hoe ‘goed’ bestuur en menselijk contact samenvallen in een veranderende wereld.