De nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden Europees muzikaal erfgoed en maakten het verdwijnen van kostbare werkmuse projects. Dit boek vertelt hoe Joodse musici als Wanda Landowska, Shony Braun en Arthur Rubinstein tijdens het interbellum furore maakten in Duitsland en Europa, maar uiteindelijk met meedogenloze vervolging te maken kregen. Het verhaal belicht de systematische roof van muziekstromen, manuscripten en instrumenten van meesters zoals Bach en Beethoven en laat zien hoe kwetsbaar ons culturele erfgoed is. Door Rydells aangrijpende vertelwijze komt de universele kracht van muziek naar voren als verbinding en verzet, zelfs onder extreme terreur. Een indringende getuigenis van verlies, gerechtigheid en veerkracht, en een pleidooi voor het blijvende belang van muziek in ons gemeenschappelijk erfgoed.
Gestolen muziek laat zien hoe deze roven tot blijvende naslag voor musea, instellingen en muziekgeschiedenis hebben geleid, en hoe muziek ondanks geweld een vorm van verzet kon zijn.
Een aangrijpend verhaal over onbekende naziplunderingen en de universele kracht van muziek invoelbaar gemaakt.
Kenmerken
- Systematische roof van Europees muzikaal erfgoed
- Joodse musici als Landowska en Rubinstein in beeld
- Verlies van manuscripten en kostbare instrumenten
- Verzet en veerkracht door muziek als verbindende kracht
- Thema’s: gerechtigheid, herstel en culturele kwetsbaarheid
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: