Gidon Kremer Kancheli: Lament (CD)
Uitgelicht
|
19,99 |
Naar shop
|
|
19,99 |
Naar shop
|
|
26,72 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
Lament, uitgebracht op CD in 1999, is een ingetogen en indringend album waarin Gidon Kremer (viool), Maacha Deubner (sopraan) en het Tbilisi Symphony Orchestra onder leiding van Jansug Kakhidze werken rondom de muziek van Giya Kancheli. Het werk is ontstaan als eerbetoon aan de overleden componist Luigi Nono en draagt een uitgesproken karakter van rouw en reflectie, vol verstilde spanning en tedere expressie. De opname belichaamt het laat-twintigste-eeuwse neoromantische klankidioom, met een nadruk op minimale middelen en langzame ontwikkelingsprocessen, typerend voor Kancheli’s unieke postmoderne stijl. De muziek maakt gebruik van een breed palet aan dynamiek en sferische orkestraal kleurgebruik, waarbij de viool soms schijnbaar uit de stilte opdoemt om zich met de zangstem en het orkest te verweven tot een doorleefd geheel. De uitvoerenden brengen Kancheli’s broze emotionele landschappen tot leven met grote sensitiviteit en beheersing, waarbij Kremer een hoofdrol vervult met zijn ingehouden maar intense spel. De contemplatieve sfeer van dit album nodigt de luisteraar uit om de grenzen van verlies en troost te verkennen binnen de traditie van de hedendaagse klassieke muziek.
Lament, uitgebracht op CD in 1999, is een ingetogen en indringend album waarin Gidon Kremer (viool), Maacha Deubner (sopraan) en het Tbilisi Symphony Orchestra onder leiding van Jansug Kakhidze werken rondom de muziek van Giya Kancheli. Het werk is ontstaan als eerbetoon aan de overleden componist Luigi Nono en draagt een uitgesproken karakter van rouw en reflectie, vol verstilde spanning en tedere expressie. De opname belichaamt het laat-twintigste-eeuwse neoromantische klankidioom, met een nadruk op minimale middelen en langzame ontwikkelingsprocessen, typerend voor Kancheli’s unieke postmoderne stijl. De muziek maakt gebruik van een breed palet aan dynamiek en sferische orkestraal kleurgebruik, waarbij de viool soms schijnbaar uit de stilte opdoemt om zich met de zangstem en het orkest te verweven tot een doorleefd geheel. De uitvoerenden brengen Kancheli’s broze emotionele landschappen tot leven met grote sensitiviteit en beheersing, waarbij Kremer een hoofdrol vervult met zijn ingehouden maar intense spel. De contemplatieve sfeer van dit album nodigt de luisteraar uit om de grenzen van verlies en troost te verkennen binnen de traditie van de hedendaagse klassieke muziek.