Gottlieb Wallisch 20Th Century Foxtrots 3 (CD)
Prijzen vanaf
VERGELIJK ALLE AANBIEDERS
(3)
Bol
Grammofoons en radio's brachten tijdens de Roaring Twenties de stem van Amerika, zijn mode, zijn zorgeloosheid en levensvreugde tot in alle uithoeken van Europa, en geen componist kon immuun blijven voor de hete jazzinvloeden van de Foxtrot, Shimmy en Charleston. Dit derde deel met jazzy pianodansen bevat componisten uit negen Midden- en Oost-Europese landen, van Misha Spoliansky's hypnotiserende Valse Boston 'Morphium' tot Leonid Polovinkin's uiterst onderhoudende en verfrissend futuristische benadering van het genre. Gottlieb Wallisch zet zijn 'meest verrassende en consistent charmante opnameproject' voort (The New York Times over Volume 2, GP814).
Lees meer
16,99
Uitgelicht
|
16,99 |
Naar shop
|
|
20,56 |
Naar shop
|
|
20,56 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol
Grammofoons en radio's brachten tijdens de Roaring Twenties de stem van Amerika, zijn mode, zijn zorgeloosheid en levensvreugde tot in alle uithoeken van Europa, en geen componist kon immuun blijven voor de hete jazzinvloeden van de Foxtrot, Shimmy en Charleston. Dit derde deel met jazzy pianodansen bevat componisten uit negen Midden- en Oost-Europese landen, van Misha Spoliansky's hypnotiserende Valse Boston 'Morphium' tot Leonid Polovinkin's uiterst onderhoudende en verfrissend futuristische benadering van het genre. Gottlieb Wallisch zet zijn 'meest verrassende en consistent charmante opnameproject' voort (The New York Times over Volume 2, GP814).
Grammofoons en radio's brachten tijdens de Roaring Twenties de stem van Amerika, zijn mode, zijn zorgeloosheid en levensvreugde tot in alle uithoeken van Europa, en geen componist kon immuun blijven voor de hete jazzinvloeden van de Foxtrot, Shimmy en Charleston. Dit derde deel met jazzy pianodansen bevat componisten uit negen Midden- en Oost-Europese landen, van Misha Spoliansky's hypnotiserende Valse Boston 'Morphium' tot Leonid Polovinkin's uiterst onderhoudende en verfrissend futuristische benadering van het genre. Gottlieb Wallisch zet zijn 'meest verrassende en consistent charmante opnameproject' voort (The New York Times over Volume 2, GP814).