Het grote Gouden Eeuw boek (Hardback)
Uitgelicht
|
49,95 |
Naar shop
|
|
49,95 |
Naar shop
|
|
49,95 |
Naar shop
|
Beschrijving
In de zeventiende eeuw beleefde de tekenkunst een bloeiperiode in Nederland, waar het een onmiskenbare basis vormde voor de schilderkunst. Jonge schilders startten hun opleiding bij gevestigde meesters en moesten eerst de kunst van het tekenen onder de knie krijgen. Dit was niet alleen essentieel voor hun ontwikkeling, maar ook een manier waarop ervaren schilders hun vaardigheden verder aanscherpten. Door regelmatig naar naaktmodellen te tekenen en schetsboeken mee te nemen op reizen, legden zij hun indrukken en observaties vast, wat later invloedrijk bleek voor de samenstelling van hun schilderijen.
De tekenkunst werd in deze periode tevens aangeduid als de vader van de schilderkunst. Tekeningen werden niet alleen bewonderd en bestudeerd, maar ook verzameld door kunstliefhebbers en -verzamelaars. De populariteit van de tekenkunst leidde todat duizenden tekeningen zijn gemaakt, wat resulteerde in een immense en waardevolle collectie. Hoewel er veel tekeningen bekend zijn van schilders als Jan van Goyen, zijn er van andere grootheden zoals Johannes Vermeer nauwelijks werken bekend, mogelijk door de verloren gegaan stukken door de tijd heen.
In de huidige tijd worden veel van deze waardevolle tekeningen bewaard in prentenkabinetten van musea over de hele wereld, waar ze toegankelijk zijn voor het publiek. Dit boek biedt een bijzonder overzicht van 167 tekeningen van 125 Hollandse kunstenaars uit de zeventiende eeuw. De geselecteerde werken zijn verdeeld over achttien hoofdstukken die de ontwikkeling van de tekenkunst gedurende deze eeuw belichten.
Onder de gepresenteerde kunstenaars bevindt zich ook Rembrandt, wiens meesterwerken in dit boek zijn opgenomen. Daarnaast is er aandacht voor minder bekende tekenaars, zoals Leendert van der Cooghen, wiens opvallende zelfportret uit 1653 zelfs op de omslag van het boek is afgebeeld. Dit boek is daarmee niet alleen een blik op de tekenkunst uit de Gouden Eeuw, maar ook een eerbetoon aan de talentvolle kunstenaars die het genre vormgaven.
De combinatie van bekende en onbekende kunstenaars biedt een uniek inzicht in de veelzijdigheid en de ontwikkeling van de tekenkunst in deze fascinerende periode. Dit boek is een waardevolle aanvulling voor kunstliefhebbers, historici en iedereen die zich wil verdiepen in de rijke traditie van de Hollandse tekenkunst.
In de zeventiende eeuw beleefde de tekenkunst een bloeiperiode in Nederland, waar het een onmiskenbare basis vormde voor de schilderkunst. Jonge schilders startten hun opleiding bij gevestigde meesters en moesten eerst de kunst van het tekenen onder de knie krijgen. Dit was niet alleen essentieel voor hun ontwikkeling, maar ook een manier waarop ervaren schilders hun vaardigheden verder aanscherpten. Door regelmatig naar naaktmodellen te tekenen en schetsboeken mee te nemen op reizen, legden zij hun indrukken en observaties vast, wat later invloedrijk bleek voor de samenstelling van hun schilderijen.
De tekenkunst werd in deze periode tevens aangeduid als de vader van de schilderkunst. Tekeningen werden niet alleen bewonderd en bestudeerd, maar ook verzameld door kunstliefhebbers en -verzamelaars. De populariteit van de tekenkunst leidde todat duizenden tekeningen zijn gemaakt, wat resulteerde in een immense en waardevolle collectie. Hoewel er veel tekeningen bekend zijn van schilders als Jan van Goyen, zijn er van andere grootheden zoals Johannes Vermeer nauwelijks werken bekend, mogelijk door de verloren gegaan stukken door de tijd heen.
In de huidige tijd worden veel van deze waardevolle tekeningen bewaard in prentenkabinetten van musea over de hele wereld, waar ze toegankelijk zijn voor het publiek. Dit boek biedt een bijzonder overzicht van 167 tekeningen van 125 Hollandse kunstenaars uit de zeventiende eeuw. De geselecteerde werken zijn verdeeld over achttien hoofdstukken die de ontwikkeling van de tekenkunst gedurende deze eeuw belichten.
Onder de gepresenteerde kunstenaars bevindt zich ook Rembrandt, wiens meesterwerken in dit boek zijn opgenomen. Daarnaast is er aandacht voor minder bekende tekenaars, zoals Leendert van der Cooghen, wiens opvallende zelfportret uit 1653 zelfs op de omslag van het boek is afgebeeld. Dit boek is daarmee niet alleen een blik op de tekenkunst uit de Gouden Eeuw, maar ook een eerbetoon aan de talentvolle kunstenaars die het genre vormgaven.
De combinatie van bekende en onbekende kunstenaars biedt een uniek inzicht in de veelzijdigheid en de ontwikkeling van de tekenkunst in deze fascinerende periode. Dit boek is een waardevolle aanvulling voor kunstliefhebbers, historici en iedereen die zich wil verdiepen in de rijke traditie van de Hollandse tekenkunst.