Het boek onderzoekt een opvallende trend van de afgelopen jaren: de aandacht voor het late en laatste werk van grote schilders. Het beschrijft hoe tentoonstellingen en nieuw onderzoek leiden tot verrassende ontdekkingen en herwaardering van het late oeuvre. Het laatste schilderij brengt inzichten samen over dertig wereldfaam schilderende kunstenaars en hun laatste werk, beginnend bij Jan van Eyck en eindigend bij Pablo Picasso. Onder de besproken kunstenaars passeren vele namen de revue, terwijl een aantal bekende meesters expliciet buiten beschouwing blijft. Daarnaast worden hardnekkige mythes en clichés ontkracht, zoals de isolatie van Van Gogh en de vermeende geschiedenis rondom Rafaëls La Fornarina en het onderhoud aan latere werken door Tintoretto. Het boek biedt daarmee een genuanceerder beeld van hoe de laatste fasen van deze kunstenaars het oeuvre en de kunstgeschiedenis kunnen verrijken.
Inhoud
Het boek brengt nieuwe inzichten over dertig schilders van wereldformaat en hun laatste werken samen. Het verhaal begint bij Jan van Eyck en eindigt bij Pablo Picasso. Passeren onder meer de revue, behalve alle eerder genoemde schilders: Bellini, Titiaan, Caravaggio, El Greco, Rubens, Artemisia Gentileschi, Cézanne, Klimt, Renoir, Modigliani, Munch, Mondriaan, Kahlo en Hopper. Hardnekkige mythes en clichés worden ontkracht, zoals dat Van Gogh een eenzame figuur zou zijn en dat Rafaëls La Fornarina een verzinsel uit de negentiende eeuw is. Het late oeuvre van de besproken kunstenaars krijgt zo een herwaardering.