Jan Pieter Cornelis van Doorn (Breda 1911 - Nijmegen 1997), heeft de betekenis van kunst leren kennen in krijgsgevangenschap in Duitsland, in de jaren 1943-1945. Om de misère van het bestaan te vergeten begon hij scènes uit het kampleven te tekenen en illustreerde hij paspoorten en dagboeken van mede- gevangenen. Toen hij eind mei 1945 terugkwam in Nijmegen, wist hij wat hij de rest van zijn leven wilde: werken als kunstenaar. Zijn belangstelling richtte zich aanvankelijk vooral op grafiek. Aangemoedigd door Nol Klaassen van drukkerij de Volharding ontwierp hij ex librissen en reclamemateriaal. Ook maakte hij vrije grafiek. Hij sloot zich in 1947 aan bij de Gemeenschap Beeldende Kunstenaars Nijmegen (GBNK); zijn houtsneden en houtgravures vormden jarenlang een vaste waarde op de tentoonstellingen van deze kunstenaarsvereniging.
StumpelDit boek over Jan van Doorn is het derde in onze reeks monografien over Nijmeegse kunstenaars, waarin eerder Ted Felen en Gerard Mathot in de schijnwerpers stonden. Het boek is niet alleen volgens een vergelijkbare opzet gepubliceerd, het is ook vanuit dezelfde invalshoek tot stand gekomen, In de overtuiging dat een kunstenaar zichzelf slechts overleeft door zijn werk, hebben we dat werk weer centraal gesteld. We hebben dus niet een echte biografie willen schrijven, maar veeleer het werk willen presenteren, met daarbij als een tweede verhaallijn de persoonlijkheid van de kunstenaar, zijn vriendschappen, zijn verankerd-zijn in de tijd.