Jochen Kupfer & Susanne Giesa Schubert: Die Schöne Müllerin (CD)
Uitgelicht
|
17,23 |
Naar shop
|
|
17,23 |
Naar shop
|
|
18,31 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
'Ik kan noch spelen noch zingen, en als ik poëzie schrijf, zing en speel ik toch. Als ik in staat zou zijn de melodieën in mijn hoofd uit te drukken, dan zouden mijn liederen meer succes hebben dan nu het geval is. Maar wanhoop niet, op een dag zal er misschien een verwante ziel opduiken die de melodieën kan horen die in mijn woorden verborgen liggen en ze aan mij teruggeeft.' Deze regels werden op 8 oktober 1815 in zijn dagboek geschreven door Wilhelm Müller (1794-1827), een inwoner van Dessau, de leraar, bibliothecaris en dichter die de verzen schreef voor 'Die schöne Müllerin'. Franz Schubert was drie jaar jonger dan Müller, en het lied was het meest essentiële element van zijn hele oeuvre. In Schubert vond Müller die gezochte 'geestverwant'. De componist Schubert was gecharmeerd door de esthetische kwaliteit van de tekst van de dichter Müller; Müller, die als voorbeeld 'de mooiste Duitse volksliederen' nam, vatte bondig de belangrijkste criteria van zijn literaire taal samen: 'Eenvoud van vorm, zingende kwaliteit van het ritme, natuurlijke directheid van de taal ... onbewuste, diepe, tederheid, die ... .nog lang nazindert, en naïeve openheid voor de verlegen uitdrukking van de hoogste idealen. 'De oorsprong van de tekst voor 'Die schöne Müllerin' gaat terug tot Müllers studententijd in Berlijn, 1816/1817. In die tijd maakte Müller, die filologie studeerde, deel uit van een groep jonge mannen en vrouwen met belangstelling voor literatuur, die regelmatig bijeenkwamen voor enthousiaste literaire discussies in het huis van staatsraad Friedrich August von Stägemann, die zelf poëzie schreef....
'Ik kan noch spelen noch zingen, en als ik poëzie schrijf, zing en speel ik toch. Als ik in staat zou zijn de melodieën in mijn hoofd uit te drukken, dan zouden mijn liederen meer succes hebben dan nu het geval is. Maar wanhoop niet, op een dag zal er misschien een verwante ziel opduiken die de melodieën kan horen die in mijn woorden verborgen liggen en ze aan mij teruggeeft.' Deze regels werden op 8 oktober 1815 in zijn dagboek geschreven door Wilhelm Müller (1794-1827), een inwoner van Dessau, de leraar, bibliothecaris en dichter die de verzen schreef voor 'Die schöne Müllerin'. Franz Schubert was drie jaar jonger dan Müller, en het lied was het meest essentiële element van zijn hele oeuvre. In Schubert vond Müller die gezochte 'geestverwant'. De componist Schubert was gecharmeerd door de esthetische kwaliteit van de tekst van de dichter Müller; Müller, die als voorbeeld 'de mooiste Duitse volksliederen' nam, vatte bondig de belangrijkste criteria van zijn literaire taal samen: 'Eenvoud van vorm, zingende kwaliteit van het ritme, natuurlijke directheid van de taal ... onbewuste, diepe, tederheid, die ... .nog lang nazindert, en naïeve openheid voor de verlegen uitdrukking van de hoogste idealen. 'De oorsprong van de tekst voor 'Die schöne Müllerin' gaat terug tot Müllers studententijd in Berlijn, 1816/1817. In die tijd maakte Müller, die filologie studeerde, deel uit van een groep jonge mannen en vrouwen met belangstelling voor literatuur, die regelmatig bijeenkwamen voor enthousiaste literaire discussies in het huis van staatsraad Friedrich August von Stägemann, die zelf poëzie schreef....
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: