Kampdokter: In dwangarbeiderskampen onder de rook van Auschwitz
Uitgelicht
|
24,50 |
Naar shop
|
|
24,50 |
Naar shop
|
|
24,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
Op de valreep als arts afgestudeerd in Utrecht, wordt Isaac Cohensius onmiddellijk geconfronteerd met de grimmige realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Na zijn afstuderen reist hij naar Westerbork, waar zijn reis naar de horror van de ‘Cosel-kampen’ begint. Deze dwangarbeiderskampen, gelegen in de buurt van Auschwitz-Birkenau, dienden de Duitse industrie en werden sterk beïnvloed door de Organisation Schmelt. Als arts vervult Isaac een verstrekkende maar zware rol tussen de kampbewaking en zijn medegevangenen.
De uitdaging van vertrouwen
In de kampen wordt Isaac geconfronteerd met wantrouwen van zijn medegevangenen, vooral de arme Amsterdamse Joden. Ze zijn niet in staat om hem als hun bondgenoot te zien. Tegelijkertijd wordt hij door de SS als een Jood minderwaardig geacht. Deze dualiteit maakt zijn positie als arts in de kampen bijzonder complex en onzeker.
De reis door de kampen
Isaac werkte in minimaal zeven verschillende kampen in Opper-Silezië, waaronder Niederkrich, Seibersdorf, Blechhammer, Sankt Anna, Faulbrück, Gräditz en Langebielau-Sportschule (Reichenbach). De omstandigheden in deze kampen waren gruwelijk. In het kamp Blechhammer ontmoet hij de Poolse zussen Eugenia en Frieda Lemberger. Tragisch genoeg bezwijkt Eugenia aan vlektyfus, terwijl Frieda, ondanks ernstige verzwakking, de oorlog weet te overleven. Hun band wordt op de proef gesteld door de omstandigheden, maar na de oorlog trouwen Isaac en Frieda en emigreren ze samen naar Israël.
Menselijke waarde van het verhaal
Rond 1947 legt Isaac zijn herinneringen aan de kampen vast, met specifieke aandacht voor Westerbork en de eerste drie Cosel-kampen. Hoewel hij zijn verhaal nooit volledig heeft kunnen afmaken, biedt dit ‘egodocument’ niet alleen een waardevol inzicht in de specifieke geschiedschrijving van de artsenberoep tijdens de Holocaust, maar ook in de vernietiging van de Nederlandse Joden. De kracht van zijn verhaal laat lezers inleiden in de verschrikkingen van deze periode, en biedt een ongekende kans om de menselijke ervaring in een van de donkerste hoofdstukken van de geschiedenis te verkennen.
Isaac Cohensius’ verhaal is niet alleen van belang voor historici en onderzoekers, maar biedt ook een diepgaande, menselijke reflectie die iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis en de impact van de Holocaust kan raken. Dit boek is een essentieel stukje geschiedenis dat uitnodigt tot begrip en reflectie.
Op de valreep als arts afgestudeerd in Utrecht, wordt Isaac Cohensius onmiddellijk geconfronteerd met de grimmige realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Na zijn afstuderen reist hij naar Westerbork, waar zijn reis naar de horror van de ‘Cosel-kampen’ begint. Deze dwangarbeiderskampen, gelegen in de buurt van Auschwitz-Birkenau, dienden de Duitse industrie en werden sterk beïnvloed door de Organisation Schmelt. Als arts vervult Isaac een verstrekkende maar zware rol tussen de kampbewaking en zijn medegevangenen.
De uitdaging van vertrouwen
In de kampen wordt Isaac geconfronteerd met wantrouwen van zijn medegevangenen, vooral de arme Amsterdamse Joden. Ze zijn niet in staat om hem als hun bondgenoot te zien. Tegelijkertijd wordt hij door de SS als een Jood minderwaardig geacht. Deze dualiteit maakt zijn positie als arts in de kampen bijzonder complex en onzeker.
De reis door de kampen
Isaac werkte in minimaal zeven verschillende kampen in Opper-Silezië, waaronder Niederkrich, Seibersdorf, Blechhammer, Sankt Anna, Faulbrück, Gräditz en Langebielau-Sportschule (Reichenbach). De omstandigheden in deze kampen waren gruwelijk. In het kamp Blechhammer ontmoet hij de Poolse zussen Eugenia en Frieda Lemberger. Tragisch genoeg bezwijkt Eugenia aan vlektyfus, terwijl Frieda, ondanks ernstige verzwakking, de oorlog weet te overleven. Hun band wordt op de proef gesteld door de omstandigheden, maar na de oorlog trouwen Isaac en Frieda en emigreren ze samen naar Israël.
Menselijke waarde van het verhaal
Rond 1947 legt Isaac zijn herinneringen aan de kampen vast, met specifieke aandacht voor Westerbork en de eerste drie Cosel-kampen. Hoewel hij zijn verhaal nooit volledig heeft kunnen afmaken, biedt dit ‘egodocument’ niet alleen een waardevol inzicht in de specifieke geschiedschrijving van de artsenberoep tijdens de Holocaust, maar ook in de vernietiging van de Nederlandse Joden. De kracht van zijn verhaal laat lezers inleiden in de verschrikkingen van deze periode, en biedt een ongekende kans om de menselijke ervaring in een van de donkerste hoofdstukken van de geschiedenis te verkennen.
Isaac Cohensius’ verhaal is niet alleen van belang voor historici en onderzoekers, maar biedt ook een diepgaande, menselijke reflectie die iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis en de impact van de Holocaust kan raken. Dit boek is een essentieel stukje geschiedenis dat uitnodigt tot begrip en reflectie.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: