Een prikkelend en confronterend boek over Nederlanders als verongelijkte pubers. Hooghiemstra vangt de huidige tijdgeest nuchter en met humor aan de hand van thema’s als feminism en identiteitspolitiek, maar ook het koningshuis. Ze laat zien hoe mensen roepen dat de regering alles verkeerd doet, terwijl ze zelf geen regels dulden; hoe de overheid autoritair wordt gevonden, terwijl er toch om steun wordt gevraagd; en hoe iedereen denkt alles beter te weten, maar alsnog om regie schreeuwt. In haar werkbereidheid en scherpe blik combineert ze columns, stukken en essays tot een samenhangende analyse. Alles is nog niet verloren, betoogt ze: als vrije individuen de puber in zichzelf overwinnen, accepteren dat onvolmaaktheid en tegenslag bij het leven horen en beseffen dat ze niet het centrum van het universum vormen, kan de toekomst mogelijk nog worden beïnvloed.
In dit boek selecteerde en bewerkte ze haar beste stukken uit de Volkskrant en NRC, waarin ze middels humor en nuchterheid actuele thema’s uitlicht. Het resultaat is een heldere, toegankelijke verkenning van hoe identiteit, media en macht elkaar raken in de moderne samenleving.
Kenmerken
- Prikkelend en confronterend beeld van de tijdgeest
- Over feminisme, identiteitspolitiek en koningshuis
- Geselecteerd en bewerkt uit Volkskrant en NRC
- Vangt Nederlanders als verongelijkte pubers met humor
- Nuchter geschreven, met kritische humor