Een persoonlijk en ontroerend requiem dat de diepte van verlies onderzoekt door de ogen van een moeder. Flutura Açka, een Nederlands-Albanese schrijfster, zoekt naar een woord voor een ouder die een kind verliest en vindt zichzelf na 5 mei 2018, toen haar enige zoon bijna achttien jaar oud overleed aan een zeldzame ziekte. Twee jaar later onderneemt ze een tocht door de hel van rouw en identiteitsvraagstukken tussen twee culturen. Het verhaal beweegt zich in de metafysische diepten van het verdriet, maar blijft leesbaar en toegankelijk, terwijl het tegelijk een oproep aan het leven en aan menselijke liefde is. De roman is geschreven in het Albanees en is een intens persoonlijke getuigenis van een proces van verlies, herinnering en hoop. Açka woont afwisselend in Nederland en Albanië; in Albanië ontving zij voor deze requiemroman in 2021 de Nationale Prijs voor proza, de hoogste literaire onderscheiding. Eerder verscheen van haar in Nederlandse vertaling Kruis van vergetelheid.
In dit werk onderzoekt de schrijfster hoe een ouder na het heengaan van een kind staat tegenover identiteit en cultuur, en hoe taal en bestaan worden getroebleerd door onomkeerbaar verlies. Het verhaal wordt gepresenteerd als een krachtige en prachtig geschreven oproep aan leven en menselijke relaties, zonder een verstikkend relaas te worden, maar eerder als een getuigenis van veerkracht en liefde.
Kenmerken
- Auteur: Flutura Açka (1966)
- Schrijft in het Albanees
- Leeft tussen Nederland en Albanië
- Verlies van zoon op jonge leeftijd (2018)
- Term “zoonloos” als thema van ouderlijke identiteitsvinding
- Nationale Prijs voor proza (2021)
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: