Het boek Mijn kop moest eraf van Johan van Kastel biedt een verslag uit zijn carrière als rechercheur, met focus op undercoverwerk en spraakmakende zaken zoals de Heineken-ontvoering. Van Kastel praat vrijuit over zijn ervaringen, de ontwikkeling van undercoverwerk in Nederland en de impact van zijn werk op het criminele circuit. Het werk belicht onder andere hoe handmatig zenders en geheime boodschappen in schoenen en colablikjes werden verstopt tijdens opsporingswerk, en hoe hij en zijn team zich specialiseerden in infiltratie en het opleiden van undercoveragenten. Daarnaast worden belangrijke ontwikkelingen en controverses in de opsporing besproken, waaronder het bestrijden van criminele netwerken en de crisis rond een undercoveragent die zelf een tragisch besluit nam, en de vraag of de moord op Theo van Gogh mogelijk voorkomen had kunnen worden. Het boek biedt een kijk op de brede inzet van undercoverwerk in de Nederlandse criminologie en de impact daarvan op betrokkenen binnen het vakgebied.
Inhoud
Het boek verdeelt zich over spraakmakende zaken uit de carrière van Johan van Kastel, waaronder de Heineken-ontvoering, het oprollen van een terroristisch trainingskamp en drugslabs in Brabant. Daarnaast reflecteert Van Kastel kritisch op zijn eigen rol toen een undercoveragent zichzelf van het leven berooft en op de ontdekking dat collega’s grote partijen cocaïne importeerden om Bruinsma op te sporen, wat leidt tot de IRT-affaire. Ook wordt de vraag gesteld of de moord op Theo van Gogh voorkomen had kunnen worden en wordt het 007-leven van geheim agent Johan beschreven.
Technische gegevens
- Pagina’s: 336
- Editie: Eerste editie
- Formaat: Paperback
- Uitgever: Luitingh Sijthoff
- Auteur: Johan van Kastel
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: