Dit verhaal gaat over Selma, een joodse verzetsvrouw die twintigste-eeuwse geschiedenis illustreert door haar moed en geheimhouding. Ze was zeventien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, en het toenmalige bestaan van haar jood-zijn veranderde van privé-aangelegenheid in een leven en dood. In 1942 wist ze onder het oproepen voor een werkkamp uit te komen en sloot ze zich aan bij het verzet. Onder de schuilnaam Margareta van der Kuit, ook wel Marga, vervalste ze documenten en koerierde ze door het hele land. Verscheidene keren ontsnapte ze aan de nazi’s, maar in juli 1944 werd ze verraden. Ze werd via kamp Vught naar Ravensbrück getransporteerd, waar zij de gruwelen van het kamp overleefde, terwijl haar zus Clara en haar ouders dat niet deden. Gedurende deze periode wist niemand dat ze joods was en kende niemand haar echte naam. Pas na de oorlog durfde ze die naam opnieuw uit te spreken: Selma. Voor haar verhaal blijven de feiten duidelijk, maar het is vooral haar acties en de schijnbare dubbelidentiteit die haar leven markeren.
Belangrijkste feiten
- Joodse verzetsvrouw tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Zeventien bij het uitbreken van de oorlog.
- Vervalste documenten onder de naam Margareta van der Kuit (Marga).
- Koerierde door het hele land.
- Ontsnapte meerdere keren aan de nazi's.
- In juli 1944 verraden en via Kamp Vught naar Ravensbrück getransporteerd.
- Overleefde Ravensbrück; zus Clara en ouders overleden.
- Na de oorlog sprak ze haar echte naam weer uit: Selma.