Dit boek werpt nieuw licht op de betrokkenheid van de Nijmeegse stadsbestuurders bij koloniale slavernij vanaf het einde van de zestiende eeuw tot en met 1873. Nijmegen werd gezien als de belangrijkste stad in het grootste gewest van de Nederlandse Republiek en, hoewel ver landinwaarts gelegen, stond de stad in nauwe verbinding met steden waar schepen van handelscompagnieën vertrokken om te handelen in specerijen, suiker en mensen. De tekst onderzoekt wie in Nijmeegse functies profiteerde van slavernij, hoe burgemeesters hun macht gebruikten om slavernij te steunen en hoe het onderwerp in Nijmegen werd besproken. Daarnaast wordt bekeken of koloniële belangengroepen het beleid hebben beïnvloed.
Het werk benadrukt de rol van Nijmegen in bredere handelsnetwerken en de manier waarop stedelijke politiek verweven was met koloniale praktijken. Door bronnen en framings wordt inzicht gegeven in de bespreking van slavernij in Nijmeegse context en de impact daarvan op lokaal beleid en maatschappelijke discussies.
Pagina's: 164, Editie: Eerste editie, Paperback, Radboud University Press