Dit cahier beschrijft hoe sprookjes en volksverhalen kunnen worden ingezet in taallessen. Het behandelt manieren om leerlingen te betrekken bij verhalen over draken en koningen, Roodkapje, Assepoester en sprekende dieren zoals Anansi, zodat ze creatief aan de slag gaan met woorden, uitdrukkingen en grammaticale regels die ze hebben geleerd. Naast theoretische inzichten bevat het ruim twintig praktische werkvormen die geschikt zijn voor verschillende niveaus. Cursisten kunnen met hulp hun eigen sprookje maken, terwijl docenten direct aan de slag kunnen met het materiaal. Het boek biedt concrete voorbeelden en lessen om hen te inspireren en taalvaardigheden in diverse contexten te oefenen. De uitgave is 100 pagina’s lang, in eerste editie uitgebracht als paperback.
Inhoud en aanpak
Het cahier bespreekt manieren om sprookjes en volksverhalen te gebruiken in de les, met onderwerpen die uitnodigen tot lezen, luisteren en spreken. Het bevat volksverhalen en werkbladen waar docenten direct mee aan de slag kunnen, en laat cursisten met begeleiding hun eigen sprookje creëren. Het materiaal is geschikt voor verschillende niveaus en biedt handvatten om verschillende vaardigheden te oefenen.
Kenmerken
- Ruim twintig praktische werkvormen
- Geschikt voor verschillende niveaus
- Cursisten maken eigen sprookje
- Diverse volksverhalen en werkbladen
- Duidelijke, bruikbare lesmaterialen