Oscar Pettiford's stijl combineerde persoonlijke bescheidenheid met een kracht en helderheid die een diepe muzikale gevoeligheid weerspiegelde, een voortdurende nieuwsgierigheid en een rijke en uitgebreide opvoeding die zich uitstrekte tot de klassieke muziek. Hoewel hij niet aan zelfpromotie deed, maakte zijn reputatie als componist, bandleider en virtuoos, die ook de benadering van het contrabasspel veranderde, van hem een 'muzikant', een artiest die door zijn gelijken hoog werd gewaardeerd. Eén van Oscar Pettifords grootste fans was Joachim-Ernst Berendt, jazzredacteur van de Su?dwestfunk Baden-Baden. Na een All Star tournee in Europa in 1958, besloot Pettiford zich daar te vestigen. Berendt ging meteen aan de slag met het organiseren van een reeks studio-afspraken met bandleden voor zijn Amerikaanse gast. Daaronder bevonden zich niet alleen lokale talenten als trompettist Dusko Goykovich, klarinettist Rolf Ku?hn en drummer Hartwig Bartz, maar ook op grotere schaal gevestigde artiesten als saxofonist Hans Koller en gitarist Attila Zoller; ieder nam zijn plaats in de rij in. Amerikaanse collega's, onder wie drummer Kenny Clarke en saxofonist Lucky Thompson, sloten zich af en toe bij het team aan en vormden uitgelezen combo's die Pettiford discreet het hof maakten. Pettiford van zijn kant bedankte hen met bezielde welsprekendheid op zijn instrument. Gedurende de volgende paar jaar werden een dozijn opnamen gemaakt, voornamelijk van standards, maar ook van Pettiford hits zoals Blues in the Closet. Deze opnames documenteren een meester van de bebop swingende groove bas. Pettiford overleed voortijdig in Kopenhagen op 8 september 1960, als gevolg van een verkeersongeluk. Maar hij blijft een charismatische figuur in de annalen van de jazzgeschiedenis, wiens kunst het altijd waard is herontdekt te worden
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: