Portret van de kolonisator & gekoloniseerde
Uitgelicht
|
24,50 |
Naar shop
|
|
24,50 |
Naar shop
|
|
24,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
In dit klassieke werk onderzoekt Albert Memmi het kolonialisme door twee portretten te schetsen: de kolonisator en de gekoloniseerde. Memmi analyseert zowel de materiële drijfveren als de psychologische effecten van het systeem, en laat zien hoe een gedeeld lot leidt tot een zucht naar overheersing en vervreemding. De conclusie luidt dat de enige weg om de dodendans tussen de twee figuren te stoppen, nationale onafhankelijkheid is. Het boek werd in 1957 gebundeld en vond meteen weerklank in kringen die streefden naar de onafhankelijkheid van Franse kolonies. Memmi, geboren in Tunis in 1920 en overleden in 2020, groeide op in een Joodse gemeenschap. Zijn opleiding strekte zich uit van filosofie in Algiers (vanaf 1939) tot Parijs na de Tweede Wereldoorlog, waarna hij terugkeerde naar Tunis en de portretten schreef in de beslissende jaren vóór Tunesië’s onafhankelijkheid in 1956.
Memmi laat zien hoe iedere kolonist een kolonisator wordt die superioriteit aanneemt ten opzichte van de gekoloniseerde, en hoe de gekoloniseerde vervreemd raakt van zichzelf terwijl hij voortdurend gespiegelt wordt aan zijn onderdrukker. Het werk, subliem gepresenteerd als twee essays, biedt een scherpe analyse van de dynamiek van overheersing en de zoektocht naar zelfbegrip onder koloniën.
In 1957 verscheen het boek met een voorwoord van een belangrijke denker, wat de invloed ervan vergrootte. In de Nederlandse uitgave staat een nawoord dat het werk in de huidige tijd plaatst.
Kenmerken
- Twee essays over kolonisator en gekoloniseerde
- Boekuitgave in 1957 kreeg brede weerklank
- Voorwoord door Jean-Paul Sartre
- Memmi geboren in Tunis (1920), Joodse minderheid
- Filosofie-studies in Algiers en Parijs
- Onafhankelijkheid Tunesië als conclusie
In dit klassieke werk onderzoekt Albert Memmi het kolonialisme door twee portretten te schetsen: de kolonisator en de gekoloniseerde. Memmi analyseert zowel de materiële drijfveren als de psychologische effecten van het systeem, en laat zien hoe een gedeeld lot leidt tot een zucht naar overheersing en vervreemding. De conclusie luidt dat de enige weg om de dodendans tussen de twee figuren te stoppen, nationale onafhankelijkheid is. Het boek werd in 1957 gebundeld en vond meteen weerklank in kringen die streefden naar de onafhankelijkheid van Franse kolonies. Memmi, geboren in Tunis in 1920 en overleden in 2020, groeide op in een Joodse gemeenschap. Zijn opleiding strekte zich uit van filosofie in Algiers (vanaf 1939) tot Parijs na de Tweede Wereldoorlog, waarna hij terugkeerde naar Tunis en de portretten schreef in de beslissende jaren vóór Tunesië’s onafhankelijkheid in 1956.
Memmi laat zien hoe iedere kolonist een kolonisator wordt die superioriteit aanneemt ten opzichte van de gekoloniseerde, en hoe de gekoloniseerde vervreemd raakt van zichzelf terwijl hij voortdurend gespiegelt wordt aan zijn onderdrukker. Het werk, subliem gepresenteerd als twee essays, biedt een scherpe analyse van de dynamiek van overheersing en de zoektocht naar zelfbegrip onder koloniën.
In 1957 verscheen het boek met een voorwoord van een belangrijke denker, wat de invloed ervan vergrootte. In de Nederlandse uitgave staat een nawoord dat het werk in de huidige tijd plaatst.
Kenmerken
- Twee essays over kolonisator en gekoloniseerde
- Boekuitgave in 1957 kreeg brede weerklank
- Voorwoord door Jean-Paul Sartre
- Memmi geboren in Tunis (1920), Joodse minderheid
- Filosofie-studies in Algiers en Parijs
- Onafhankelijkheid Tunesië als conclusie
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: