Meer dan zestig jaar na de publicatie van de allereerste EU-richtlijn in het Publicatieblad blijft de afstemming tussen EU-regelgeving en Nederlandse wetgeving volop in beweging. Hoe staat het eigenlijk met de kwaliteit van EU-wetgeving? Wat is een passend evenwicht tussen implementatiemaatregelen in formele wetgeving en in gedelegeerde regelgeving? Hoe kan Nederland het best omgaan met beleidsruimte die EU-wetgeving biedt? En wat betekent dat voor de aansluiting tussen Europese en nationale toezichtsmechanismen? De afgelopen tijd is bovendien de discussie over ‘nationale koppen’ of ‘gold-plating’ weer volop in de schijnwerpers komen te staan. De EU laat de laatste jaren flink van zich horen als het om wetgeving gaat. Op verschillende terreinen zijn ambitieuze beleidsagenda’s gepresenteerd, zoals de Green Deal (gericht op duurzaamheid, klimaat, energie, vervoer, energie, landbouw) en de Digital Decade (gericht op een veilige en duurzame digitale transformatie) en daarbij hoorden ook omvangrijke wetgevingspakketten. De vraag is wat de impact van de Europese wetgevingsmachine is op de nationale wetgeving, maar ook op het wetgevingsbeleid. Op deze vraag wordt in de preadviezen gereflecteerd door Ton van den Brink (Universiteit Utrecht), Herke Kranenborg (Europese Commissie en Universiteit Maastricht), Wessel Geursen (De Brauw Blackstone Westbroek) en Marleen Botman (Pels Rijcken en de Vrije Universiteit Amsterdam).
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: