Het publieke debat in Nederland is de laatste jaren veranderd. Er is meer nadruk op retoriek komen te liggen, de taal is verhard, en tegenspraak bieden versterkt vaak alleen maar de dominante narratieven, zeker in de echokamers van social media. Dit is een democratisch probleem, maar ook een probleem van de taal. De filosofie pleit voor verdieping. Romanschrijvers pleiten voor andere verhalen en rijkere woorden. Maar is dat genoeg voor een beter debat, en wat is dat eigenlijk? Eva Meijer is zowel schrijver als filosoof. In dit essay laat ze deze twee personages een dialoog met elkaar aangaan, op zoek naar een antwoord op de vraag: wat kunnen we doen om weer een gesprek met elkaar te voeren?
BrunaZowel in het politieke als in het publieke debat praten we steeds meer in monologen waarin het ‘ik’ centraal staat. Hoe komen we weer in gesprek? De manier waarop we met elkaar praten – op straat, op sociale media, in de Tweede Kamer, in kranten – vormt de samenleving. Wie hard praat trekt makkelijk de aandacht. Of het nu om activisten of academici gaat, om politici of burgers achter een toetsenbord. Maar als je zelf hard praat, kun je anderen niet zo goed verstaan. Filosoof en schrijver Eva Meijer laat zien hoe taal de macht volgt en vormt, maar betoogt ook: woorden en gesprekken dragen altijd de mogelijkheid in zich van iets anders, iets nieuws.