Ragin/Croton Italian Lute Songs (CD)
Uitgelicht
|
19,59 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
Luitliederen en muzikale praktijk: het madrigaal en de monodie Het lied voor luit en vocalist was enorm populair in de zestiende eeuw. Aanvankelijk werden ze gearrangeerd uit meerstemmige composities, waarbij de zanger de hoogste stem vertolkte. De luitist probeerde alle andere stemmen weer te geven (voor zover dat mogelijk was) en voegde daar naar eigen smaak versieringen aan toe om de klank van het instrument meer body te geven. Deze praktijk was zo succesvol dat zelfs bekende componisten bewerkingen maakten. Zo bewerkte Adrian Willaert in 1536 tweeëntwintig madrigalen van Philippe Verdelot voor luit en zangstem. In 1530 werd de term 'madrigaal' voor het eerst gebruikt voor een compositie van Verdelot. Binnen korte tijd verspreidde dit nieuwe muziekgenre zich over het hele Italiaanse grondgebied. Het madrigaal werd ontwikkeld als reactie op andere soorten meerstemmige liederen zoals de frottola. De belangrijkste vernieuwingen waren het gebruik van serieuze teksten die werden gekozen, de vrije vorm en de polyfone textuur. In Verdelot's madrigalen is er een sterke tendens naar verticale harmonische structuren, maar ze kunnen ook een imiterend karakter hebben. De textuur van de meeste madrigalen ligt ergens tussen deze twee uitersten in, een mengvorm die door de musicoloog Alfred Einstein werd omschreven als 'polyfoon bezielde homofonie'. Hoewel de meeste componisten in die tijd de voorkeur gaven aan de teksten van Petrarca, maakte Verdelot dankbaar gebruik van het werk van zijn tijdgenoten, bijvoorbeeld Martelli: 'Donna che sette tra belle bella' en 'Con l'Angelico riso'...
Vergelijk aanbieders (1)
Luitliederen en muzikale praktijk: het madrigaal en de monodie Het lied voor luit en vocalist was enorm populair in de zestiende eeuw. Aanvankelijk werden ze gearrangeerd uit meerstemmige composities, waarbij de zanger de hoogste stem vertolkte. De luitist probeerde alle andere stemmen weer te geven (voor zover dat mogelijk was) en voegde daar naar eigen smaak versieringen aan toe om de klank van het instrument meer body te geven. Deze praktijk was zo succesvol dat zelfs bekende componisten bewerkingen maakten. Zo bewerkte Adrian Willaert in 1536 tweeëntwintig madrigalen van Philippe Verdelot voor luit en zangstem. In 1530 werd de term 'madrigaal' voor het eerst gebruikt voor een compositie van Verdelot. Binnen korte tijd verspreidde dit nieuwe muziekgenre zich over het hele Italiaanse grondgebied. Het madrigaal werd ontwikkeld als reactie op andere soorten meerstemmige liederen zoals de frottola. De belangrijkste vernieuwingen waren het gebruik van serieuze teksten die werden gekozen, de vrije vorm en de polyfone textuur. In Verdelot's madrigalen is er een sterke tendens naar verticale harmonische structuren, maar ze kunnen ook een imiterend karakter hebben. De textuur van de meeste madrigalen ligt ergens tussen deze twee uitersten in, een mengvorm die door de musicoloog Alfred Einstein werd omschreven als 'polyfoon bezielde homofonie'. Hoewel de meeste componisten in die tijd de voorkeur gaven aan de teksten van Petrarca, maakte Verdelot dankbaar gebruik van het werk van zijn tijdgenoten, bijvoorbeeld Martelli: 'Donna che sette tra belle bella' en 'Con l'Angelico riso'...
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: