Ria en Arthur maakten in 2001 een reis door Chili. Ze vlogen van Punta Arenas in het zuiden via Paaseiland in de Grote Oceaan naar de Atacama woestijn in het noorden. Bij aankomst in Calama leek alles aanvankelijk volgens plan, maar onderweg naar de woestijn zagen ze een verrassende wending: regen boven de droogste plek ter wereld. De rit van ongeveer honderd kilometer werd doorgeleefd over een lange, rechte, geasfalteerde weg door geel zand en stenen, terwijl boven hen regenwolken hingen. Wat ooit als droogseizoen werd aangekondigd, veranderde in spatjes en uiteindelijk een bui. Deze regen maakte de reis naar de geisers van Tatío en andere noordelijke hoogtepunten extra memorabel. Ze combineerden deze route met een eerder gemiste bestemming, Colca Cañon in Peru, en besloten rond de jaarwisseling van 2005/06 ook die kant op te gaan. Het verhaal laat zien hoe avontuurlijke plannen soms op verrassende wijze worden omgeboekt door het weer en door opportuniteiten dicht bij elkaar liggende bestemmingen te combineren.
Daaruit komt een beeld naar voren van een reis vol contrasten: van zuidelijkere steden tot de woestijn, met onverwachte neerslag boven de droogste regio ter wereld en de nabijheid van geisers en andere natuurlijke trekpleisters in Noord-Chili.
Kenmerken
- Reisbaan: Punta Arenas → Paaseiland → Atacama-woestijn
- Aankomst op Calama, circa 18:00 uur
- Rijden naar de woestijn, circa 100 km
- Zandvlaktes en stenen onder regenwolken
- Geisers van Tatío als bezoekdoel