Een visionaire, niet eerder gepubliceerde roman uit de jaren dertig, die zich afspeelt in een West-Duits stad in de midden jaren dertiger jaren. Joodse inwoners worden steeds verder in het nauw gedreven; sommige met aanzien behouden tijdelijk hun positie. Centraal staat de virtuoze Joodse cellist Erich Krakau, een bekend lid van het stadsorkest. Het tij keert wanneer de tweeëntwintigjarige bakkerszoon Fritz Eberle, lid van de SA, zijn plek in het orkest ambieert en, gedreven door haat, Krakau ten val probeert te brengen. Krakau wordt slachtoffer van een meedogenloze intrige die al snel een hele stad raakt.
De roman werd geschreven in de jaren dertig en werd gebaseerd op de ervaringen van Karl Alfred Loeser en zijn broer. Een deel van het verhaal speelt zich af in Amsterdam. Het werk verschijnt nu voor het eerst en bevat een nawoord door Peter Graf, bekend van vroegere ontdekkingen rondom literaire werken uit die periode.
Deze profetische roman wordt gekenmerkt door zijn scherpe interpretatie van antisemitisme en maatschappelijke druk in een opkomende dictatuur, en biedt een indringend beeld van hoe een stad in onzekerheid wordt verstrikt geraakt.
Kenmerken
- Verhaal in een West-Duitse stad in de jaren dertig
- Hoofdpersonages: Erich Krakau en Fritz Eberle
- Antisemitisme en sociale druk als drijvende thema’s
- Gebaseerd op ervaringen van Karl Alfred Loeser
- deels gesitueerd in Amsterdam
- Nawoord door Peter Graf
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: