Stefano Molardi La Moderna Pratica Trabaci: Il Secondo Libro De Ricerc (CD)
Uitgelicht
|
15,36 |
Naar shop
|
|
15,36 |
Naar shop
|
|
29,58
25,24 |
Naar shop
|
Beschrijving
Bol Partner
Dit album is gewijd aan het klavier- en harpwerk van de Napolitaanse componist Giovanni Maria Trabaci, een belangrijke vertegenwoordiger van de vroege barok en de overgang van de laat-renaissance naar de barokstijl. Zijn rijke contrapuntische schrijfwijze en gewaagde harmonieën worden hier uitgelicht in een reeks ricercares, capriccio’s en dansstukken, waarin experiment en expressiviteit centraal staan. De opname verscheen in 2009 en laat horen hoe Trabaci’s muziek een brug vormt tussen de stile antico en de meer virtuoze, affectvolle taal van de Italiaanse vroege barok. De uitvoeringen zijn in handen van organisten Luca Scandali en Stefano Molardi en de barokharpisten Marie Bournisien en Masako Fujimura, samen met het ensemble La Moderna Prattica, dat op historische instrumenten speelt. Hun transparante, stilistisch geïnformeerde benadering benadrukt zowel de architectuur van de meer strenge, polyfone delen als de levendige, bijna improvisatorische kant van Trabaci’s klavieridioom, waardoor het klankbeeld van het vroege zeventiende-eeuwse Napels overtuigend tot leven komt.
Dit album is gewijd aan het klavier- en harpwerk van de Napolitaanse componist Giovanni Maria Trabaci, een belangrijke vertegenwoordiger van de vroege barok en de overgang van de laat-renaissance naar de barokstijl. Zijn rijke contrapuntische schrijfwijze en gewaagde harmonieën worden hier uitgelicht in een reeks ricercares, capriccio’s en dansstukken, waarin experiment en expressiviteit centraal staan. De opname verscheen in 2009 en laat horen hoe Trabaci’s muziek een brug vormt tussen de stile antico en de meer virtuoze, affectvolle taal van de Italiaanse vroege barok. De uitvoeringen zijn in handen van organisten Luca Scandali en Stefano Molardi en de barokharpisten Marie Bournisien en Masako Fujimura, samen met het ensemble La Moderna Prattica, dat op historische instrumenten speelt. Hun transparante, stilistisch geïnformeerde benadering benadrukt zowel de architectuur van de meer strenge, polyfone delen als de levendige, bijna improvisatorische kant van Trabaci’s klavieridioom, waardoor het klankbeeld van het vroege zeventiende-eeuwse Napels overtuigend tot leven komt.