Tien voor zes, maandagochtend. Je staat op de kopakker als de rupsen van een gehuurde kluitenrooier de dam op komen, koplampen vol op zestien rijen linden. Marijke Doorn heeft drie dagen om er tweehonderdveertig te rooien, in gaas en jute te binden en op drie opleggers naar Düsseldorf te krijgen.Dan zegt haar handelaar dat de kluiten van tachtig naar honderd centimeter moeten: bij het lossen staat de keurmeester er zelf bij. Op deze plantafstand snijdt honderd dwars door de wortels van de buurboom, door haar oogst van volgend jaar.Drie dagen zie je de rijp in de kluiten trekken, hoor je de las in de rooiarm kraken en zegt de oude voorman niets over de druk op zijn borst. Staan er donderdagochtend om vijf uur tweehonderdveertig kluiten op de wagens die houden?Dit boek is gegenereerd door AI.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: