Ultramontaan is een ideeëngeschiedenis die balanceert tussen non-fictie en fictie. Het verhaal speelt zich af in Gent, januari 1867, waar een beroemde architect die sterk op Jean-Baptiste Bethune lijkt een verzoek krijgt om een neogotische guillotine te ontwerpen. Rond deze tijd domineert de discussie over de afschaffing van de doodstraf het politieke debat in België, en in hetzelfde jaar treedt een nieuw strafwetboek in werking. De architect, voorstander van de doodstraf, weigert het verzoek en reageert verontwaardigd omdat hij het toestel niet kan rijmen met zijn ultramontane opvattingen. Toch zal hij dit verzoek bespreken met zijn biechtvader, een prelaat uit de Doornikse familie Desclée-Maredsous die sympathie betuigt voor de ideeën van Joseph de Maistre. Tegen de achtergrond van de strijd voor de Pauselijke Staten en het herstel van de christelijke Europese samenleving ontstaan filosofische gesprekken over geloof, gezag en neogotiek. Ultramontaan plaatst zich in de traditie van filosofische dialogen en werpt licht op een donker hoofdstuk uit ons cultureel erfgoed.
Achtergrond
Het verhaal verweft historische context met persoonlijke overtuigingen: de doodstraf en een nieuw strafwetboek vormen de politieke achtergrond, terwijl de discussie over geloof en gezag centraal staat in de relatie tussen de architect en zijn biechtvader.
Thematiek en stijl
Ultramontaan balanceert tussen fictie en non-fictie en plaatst zich in een traditie van filosofische dialogen, met als doel een mogelijk donker hoofdstuk uit ons cultureel erfgoed te verhelderen. De roman is geschreven vanuit een filosofische invalshoek en onderzoekt hoe geloof en autoriteit elkaar beïnvloeden in een periode van intens debat en verandering.
Auteur en doelstelling
Het werk schetst ideeën en gesprekken als kern van de verhaallijn en refereert aan de positie van de auteur, Jan Verplaetse, filosoof aan de Universiteit Gent en auteur van werken zoals Het morele instinct (2008), Zonder vrije wil (2011) en Bloedroes (2016).