Van Aristoteles tot algoritme (Paperback)
Uitgelicht
|
28,90 |
Naar shop
|
|
28,90 |
Naar shop
|
|
28,90 |
Naar shop
|
Beschrijving
Kunstmatige intelligentie is grotendeels het domein van technici en grote bedrijven. In Van Aristoteles tot algoritme onderzoekt Guido van der Knaap de mogelijkheden en kwetsbaarheden van AI tegen de achtergrond van een rijke filosofische traditie. Het boek behandelt vragen als of een machine zonder menselijke geest echt kan denken en of mens en maatschappij beter af zijn met AI. Aan de hand van denkramen uit de filosofie worden obstakels voor deep learning besproken, zoals oorzaak-gevolg en het inductieprobleem van David Hume. Het werk laat zien hoe de taalspelen van Wittgenstein relevant zijn voor vertaalmachines en spraakassistenten, en hoe het panopticum van Bentham, de machtstelsels van Foucault en Nozicks “geluksmachine” ons helpen de maatschappelijke effecten van AI te begrijpen en te overzien. Het resultaat is een toegankelijk en helder overzicht van de filosofie van kunstmatige intelligentie. De eerste editie verschijnt als paperback bij Boom en telt 224 pagina’s.
De auteur, Guido van der Knaap (1991), studeerde wijsbegeerte, logica en politicologie en doceerde kunstmatige intelligentie aan de Universiteit van Amsterdam.
Van Aristoteles tot algoritme biedt een compacte inleiding tot de belangrijkste argumenten en denktradities achter AI, met aandacht voor zowel mogelijkheden als beperkingen.
Kenmerken
- Toegankelijke introductie tot AI-filosofie
- Oorzaken-gevolg en inductie belicht
- Taalspelen Wittgenstein toegepast
- Bentham, Foucault en Nozick besproken
- Praktische en maatschappelijke implicaties verkennet
- Geschikt voor lezers met interesse in filosofie en technologie
Kunstmatige intelligentie is grotendeels het domein van technici en grote bedrijven. In Van Aristoteles tot algoritme onderzoekt Guido van der Knaap de mogelijkheden en kwetsbaarheden van AI tegen de achtergrond van een rijke filosofische traditie. Het boek behandelt vragen als of een machine zonder menselijke geest echt kan denken en of mens en maatschappij beter af zijn met AI. Aan de hand van denkramen uit de filosofie worden obstakels voor deep learning besproken, zoals oorzaak-gevolg en het inductieprobleem van David Hume. Het werk laat zien hoe de taalspelen van Wittgenstein relevant zijn voor vertaalmachines en spraakassistenten, en hoe het panopticum van Bentham, de machtstelsels van Foucault en Nozicks “geluksmachine” ons helpen de maatschappelijke effecten van AI te begrijpen en te overzien. Het resultaat is een toegankelijk en helder overzicht van de filosofie van kunstmatige intelligentie. De eerste editie verschijnt als paperback bij Boom en telt 224 pagina’s.
De auteur, Guido van der Knaap (1991), studeerde wijsbegeerte, logica en politicologie en doceerde kunstmatige intelligentie aan de Universiteit van Amsterdam.
Van Aristoteles tot algoritme biedt een compacte inleiding tot de belangrijkste argumenten en denktradities achter AI, met aandacht voor zowel mogelijkheden als beperkingen.
Kenmerken
- Toegankelijke introductie tot AI-filosofie
- Oorzaken-gevolg en inductie belicht
- Taalspelen Wittgenstein toegepast
- Bentham, Foucault en Nozick besproken
- Praktische en maatschappelijke implicaties verkennet
- Geschikt voor lezers met interesse in filosofie en technologie
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: