Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten ongeveer een miljoen Belgen naar het neutrale Nederland. De oorlog maakte Belgische gevangenissen onwerkbaar, waardoor gevangenen uit plaatsen als Luik en Merksplas gefaseerd naar het vluchtoord Veenhuizen werden gebracht. Het boek werkt dit proces uit en presenteert twee delen: het eerste behandelt de oorzaken van de oorlog en de toenemende vluchtelingenstroom; het tweede gaat specifiek in op het vluchtoord Veenhuizen. Het is een verslag van onderzoek naar hoe de vluchtelingen kwamen, hoe het transport verliep en hoe het leven ter plaatse eruitzag. Daarnaast wordt ingegaan op wat er gegeten werd, hoe men sliep en hoe de interne organisatie werkte, evenals kosten en wat vluchtelingen overdag konden doen.
Het boek beschrijft de dagelijkse realiteit van de vluchtelingen, met aandacht voor logistiek, leefomstandigheden en sociale structuur. Daarbij komen ook de verschillende gestichten aan bod: het Eerste Gesticht huisde gedwongen opgenomen vluchtelingen, terwijl in het Derde Gesticht vrijwillig opgenomen vluchtelingen verbleven, vooral vrouwen en kinderen. In dat gesticht bevond zich ook een Fröbelschool. Het werk geeft een overzichtelijk beeld van de geschiedenis en de praktijken rondom het vluchtverhaal en het vluchtoord.
Kenmerken
- Oorzaak: Eerste Wereldoorlog en vluchtelingenstroom
- Vluchtelingenroutes: transport naar Veenhuizen in fases
- Interne organisatie van het gestichtsysteem
- Eerste Gesticht: gedwongen opgenomen vluchtelingen
- Derde Gesticht: vrijwillig opgenomen vluchtelingen
- Fröbelschool gevestigd in het Derde Gesticht