Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin

Prijzen vanaf
18,99

Uitgelicht

VERGELIJK ALLE AANBIEDERS (3)

Beschrijving

Chopin, jazz en Caribische klanken versmelten in een rijke geschiedenis. Brokken voert je langs componisten, verboden ritmes en de wortels van Antilliaanse muziek. In Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin beschrijft Jan Brokken de wortels van de Antilliaanse muziek en de invloed die Europa heeft uitgeoefend. Het verhaal leest als een ontdekkingsreis: het voert de lezer een kleurrijke en volslagen onbekende wereld binnen. De Curaçaose componisten Jan Gerard Palm, Rudolf Palm, Jacobo Palm en Edgar Palm begonnen hun dag op exact dezelfde manier: ze stonden om zes uur op en speelden Chopin. Louis Moreau Gottschalk, geboren in New Orleans, kleedde zich als Chopin, kapte zich als Chopin en stierf op veertigjarige leeftijd, net als Chopin. Hij schreef in 1860 de eerste ragtime en effende de weg van Caribische dansen naar de jazz. Jazzmuzikanten uit Martinique en Guadeloupe maakten na de Eerste Wereldoorlog de mazurka Souvenirs de Saint-Pierre populair in Parijs. Electo Rosell, een sterk pianist, kreeg in Havana de bijnaam Chepín en richtte in 1932 het dansorkest Chepín-Chovén op. De violist Jacobo Conrad combineerde walsen en dansen met de Afrikaanse tumba en tambú. De Koloniale Raad van Curaçao verbood in 1936 tambú bij wet. Wim Statius Muller schreef tumba’s, calypso’s, mazurka’s en werkte voor inlichtingendiensten. Jazzpianist Randal Corsen restaureerde de walsen en nocturnes van zijn betovergrootvader Joseph Sickman. De Curaçaose zangeres Izaline Calister zong in 1999 de Mazurka Erotika en stond in 2000 op de praalwagen van carnaval. LET OP! Voorin deze editie staat een afspeellijst van de muziekstukken met een link naar Spotify.

Het boek leest als een ontdekkingsreis door een kleurrijke, tot nu onbekende wereld van muziek en invloed. Het beschrijft hoe Europese stromingen en Caribische tradities elkaar hebben gevormd en hoe ritmes en melodieën door generaties zijn doorgegeven.

In deze verkenning komen meerdere verhalen samen: van Curaçao tot New Orleans en Havana, en van vroegste walsen tot vroege jazz. Het werk laat zien hoe muzikale erfgoed en historische ontwikkelingen met elkaar verweven zijn en hoe artistieke innovaties vaak voortkomen uit ontmoetingen tussen culturen.

Kenmerken

  • Wortels van Antilliaanse muziek en Europese invloed
  • Curaçaose Palm-familie als voorbeeld
  • Gottschalk en de opkomst van ragtime
  • Tambú-verbod door de Koloniale Raad
  • Rosell/“Chepín-Chovén” in Havana
  • Statius Muller en diverse genres in één verhaal

Vergelijk aanbieders (3)

Shop
Prijs
Verzendkosten
Totale prijs
18,99
Gratis
18,99
Naar shop
Gratis Shipping Costs
18,99
Gratis
18,99
Naar shop
Gratis Shipping Costs
18,99
2,95
21,94
Naar shop
2,95 Shipping Costs
Beschrijving

Chopin, jazz en Caribische klanken versmelten in een rijke geschiedenis. Brokken voert je langs componisten, verboden ritmes en de wortels van Antilliaanse muziek. In Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin beschrijft Jan Brokken de wortels van de Antilliaanse muziek en de invloed die Europa heeft uitgeoefend. Het verhaal leest als een ontdekkingsreis: het voert de lezer een kleurrijke en volslagen onbekende wereld binnen. De Curaçaose componisten Jan Gerard Palm, Rudolf Palm, Jacobo Palm en Edgar Palm begonnen hun dag op exact dezelfde manier: ze stonden om zes uur op en speelden Chopin. Louis Moreau Gottschalk, geboren in New Orleans, kleedde zich als Chopin, kapte zich als Chopin en stierf op veertigjarige leeftijd, net als Chopin. Hij schreef in 1860 de eerste ragtime en effende de weg van Caribische dansen naar de jazz. Jazzmuzikanten uit Martinique en Guadeloupe maakten na de Eerste Wereldoorlog de mazurka Souvenirs de Saint-Pierre populair in Parijs. Electo Rosell, een sterk pianist, kreeg in Havana de bijnaam Chepín en richtte in 1932 het dansorkest Chepín-Chovén op. De violist Jacobo Conrad combineerde walsen en dansen met de Afrikaanse tumba en tambú. De Koloniale Raad van Curaçao verbood in 1936 tambú bij wet. Wim Statius Muller schreef tumba’s, calypso’s, mazurka’s en werkte voor inlichtingendiensten. Jazzpianist Randal Corsen restaureerde de walsen en nocturnes van zijn betovergrootvader Joseph Sickman. De Curaçaose zangeres Izaline Calister zong in 1999 de Mazurka Erotika en stond in 2000 op de praalwagen van carnaval. LET OP! Voorin deze editie staat een afspeellijst van de muziekstukken met een link naar Spotify.

Het boek leest als een ontdekkingsreis door een kleurrijke, tot nu onbekende wereld van muziek en invloed. Het beschrijft hoe Europese stromingen en Caribische tradities elkaar hebben gevormd en hoe ritmes en melodieën door generaties zijn doorgegeven.

In deze verkenning komen meerdere verhalen samen: van Curaçao tot New Orleans en Havana, en van vroegste walsen tot vroege jazz. Het werk laat zien hoe muzikale erfgoed en historische ontwikkelingen met elkaar verweven zijn en hoe artistieke innovaties vaak voortkomen uit ontmoetingen tussen culturen.

Kenmerken

  • Wortels van Antilliaanse muziek en Europese invloed
  • Curaçaose Palm-familie als voorbeeld
  • Gottschalk en de opkomst van ragtime
  • Tambú-verbod door de Koloniale Raad
  • Rosell/“Chepín-Chovén” in Havana
  • Statius Muller en diverse genres in één verhaal

Productspecificaties

Merk Atlas Contact
Categorie
EAN
  • 9789045038421
Maat
  • 211mm X 137mm X 26mm


Prijshistorie

Prijzen voor het laatst bijgewerkt op:

Uitgelichte Keuze
18,99
Naar shop