Wij zijn de wrekers over dit alles
Uitgelicht
|
15,00 |
Naar shop
|
|
15,00 |
Naar shop
|
|
15,00 |
Naar shop
|
Beschrijving
Hij vertelt de verborgen geschiedenis van de dodenmars vanuit Auschwitz en de lange nasleep die bepaalde wie Zuid-Afrikanen waren in de Tweede Wereldoorlog en daarna. Conny Braam schetst hoe sergeant Jakob Witbooi—kleinzoon van de anti-koloniale held Hendrik Witbooi—samen met duizenden witte, zwarte en bruine Zuid-Afrikanen in 1942 gevangen werd genomen in Noord-Afrika en naar Europa werd overgebracht. Ondanks de barre omstandigheden in diverse kampen blijven de verhoudingen tussen rassen uit Zuid-Afrika bepalend voor de onderlinge omgang, zelfs terwijl het oorlogsgeweld voortduurt. Eind 1944 komen Jakob en zijn vrienden als dwangarbeiders bij IG Farben in Auschwitz III terecht, waar de berekende consequenties van racisme des te duidelijker worden. Zijn heimelijke gesprekken met de Joodse Amsterdammer Wolfie Waterman openen hem het besef dat de belofte dat meedoen aan de strijd tegen de nazi’s zou leiden tot stemrecht voor gekoloniseerde soldaten onterecht was. De oorlog eindigt en daarmee lijkt ook de hoop op snelle verandering te verdwijnen, terwijl de geschiedenis uitwijst hoe de oorlog uiteindelijk bijdraagt aan de opkomst van apartheid in Zuid-Afrika. Braams vertelling brengt deze onderbelichte geschiedenis tot leven met onvergetelijke personages en een meeslepende vertelstijl.
In dit boek komen de ervaringen van een groep Zuid-Afrikanen centraal aan bod, met aandacht voor verlies, loyaliteit en de realiteit van raciale verhoudingen in oorlogstijd.
Kenmerken
- Dodenmars vanuit Auschwitz met uitgeputte gevangenen
- Jakob Witbooi, kleinzoon van Hendrik Witbooi
- 1942: Noord-Afrikaanse krijgsgevangenschap en transport naar Europa
- Dwarsarbeid bij IG Farben in Auschwitz III
- Gesprekken met Wolfie Waterman veranderen zijn inzicht
- Einde van oorlog brengt apartheid in Zuid-Afrika
Hij vertelt de verborgen geschiedenis van de dodenmars vanuit Auschwitz en de lange nasleep die bepaalde wie Zuid-Afrikanen waren in de Tweede Wereldoorlog en daarna. Conny Braam schetst hoe sergeant Jakob Witbooi—kleinzoon van de anti-koloniale held Hendrik Witbooi—samen met duizenden witte, zwarte en bruine Zuid-Afrikanen in 1942 gevangen werd genomen in Noord-Afrika en naar Europa werd overgebracht. Ondanks de barre omstandigheden in diverse kampen blijven de verhoudingen tussen rassen uit Zuid-Afrika bepalend voor de onderlinge omgang, zelfs terwijl het oorlogsgeweld voortduurt. Eind 1944 komen Jakob en zijn vrienden als dwangarbeiders bij IG Farben in Auschwitz III terecht, waar de berekende consequenties van racisme des te duidelijker worden. Zijn heimelijke gesprekken met de Joodse Amsterdammer Wolfie Waterman openen hem het besef dat de belofte dat meedoen aan de strijd tegen de nazi’s zou leiden tot stemrecht voor gekoloniseerde soldaten onterecht was. De oorlog eindigt en daarmee lijkt ook de hoop op snelle verandering te verdwijnen, terwijl de geschiedenis uitwijst hoe de oorlog uiteindelijk bijdraagt aan de opkomst van apartheid in Zuid-Afrika. Braams vertelling brengt deze onderbelichte geschiedenis tot leven met onvergetelijke personages en een meeslepende vertelstijl.
In dit boek komen de ervaringen van een groep Zuid-Afrikanen centraal aan bod, met aandacht voor verlies, loyaliteit en de realiteit van raciale verhoudingen in oorlogstijd.
Kenmerken
- Dodenmars vanuit Auschwitz met uitgeputte gevangenen
- Jakob Witbooi, kleinzoon van Hendrik Witbooi
- 1942: Noord-Afrikaanse krijgsgevangenschap en transport naar Europa
- Dwarsarbeid bij IG Farben in Auschwitz III
- Gesprekken met Wolfie Waterman veranderen zijn inzicht
- Einde van oorlog brengt apartheid in Zuid-Afrika
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: