Zee van gras van Jan Vissers verschijnt als deel 14 in de reeks Voetnoot Eigentijdse Poëzie. In deze dichtbundel verkent de auteur opnieuw het ontroerende alledaagse en het komisch-absurde, met verkenningen langs mensen, maïsvelden, verlaten schuren en de Hema. Net als in eerdere werken neemt hij ons mee op speelse tochten en fluistert hij regelmatig over de scharnieren tussen gevoelen en werkelijkheid. Vissers’ taal is scherp, milde ironie voert de boventoon, en alles lijkt te zijn wat het lijkt.
Jan Vissers, geboren in 1951 in Den Haag, studeerde Engels aan Leiden en heeft daarna lange tijd in Amsterdam gewoond; tegenwoordig woont hij in Drenthe. Hij werkte als redacteur, vertaler, uitzendkracht, postbode en kok, en werkt nu in de zorg. Bij Voetnoot verscheen eerder zijn debuutbundel Vanuit het vacuüm (2010) en daarna Delen van een geheel (2011, deel 15 in de reeks). Hij las voor op festivals als Crossing Border en Wintertuin. Een van zijn gedichten, Uitvaart, is opgenomen in de bundel met 100 beste gedichten van de Turingwedstrijd 2010. In Zee van gras zet hij zijn verkenning voort van emotioneel betrokken alledaagsheid en absurde humor, met ontmoetingen met aalscholvers die even vanzelfsprekend worden benaderd als ruimtewezens. Alles is wat het lijkt.
Kenmerken
- Deel 14 in de reeks Voetnoot Eigentijdse Poëzie
- Geboren 1951 in Den Haag
- Woonachtig in Drenthe
- Debutbundel in 2010 bij Voetnoot
- Gedicht Uitvaart in Turingwedstrijd 2010 topbundel
- Thema: ontroerend alledaags en komisch-absurd