Zes maanden in Albanië
Uitgelicht
|
22,90 |
Naar shop
|
|
22,90 |
Naar shop
|
|
22,90 |
Naar shop
|
Beschrijving
Voorjaar 1914. De jonge Nederlandse officier Jan Fabius meldt zich aan voor deelname aan een vredesmissie in het kwetsbare Albanië. Na de onafhankelijkheid van het land in 1912 is de situatie gespannen. Griekenland en Montenegro schenden de grenzen, en het vertrek van het Ottomaanse leger heeft geleid tot een gezagsvacuüm. De missie, onder leiding van kolonel Willem de Veer en zijn rechterhand Lodewijk Thomson, heeft als doel het oprichten van een gendarmerie. Twaalf Nederlandse officieren, waaronder Fabius en zijn collega Kroon, worden verdeeld over zes Albanese regio’s, met Scutari als hun standplaats.
In Scutari, Noord-Albanië, komen Fabius en Kroon aan in maart 1914. Ze treffen het moeilijk om de gewenste gendarmerie op te zetten, mede door tegenwerking van een internationale controlecommissie, die na een vredesverdrag de leiding over de stad heeft overgenomen. Engeland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Oostenrijk-Hongarije hebben hier tijdelijke troepen gestationeerd, waardoor de nieuwe Albanese regering, die zich in Durazzo bevindt, weigert financiële steun te geven. Fabius en Kroon hebben dan ook weinig te doen, maar weten zich goed te vermaken. Fabius houdt een uitgebreid dagboek bij van zijn belevenissen en netwerkactiviteiten met diplomaten en militaire en kerkelijke leiders. Samen met Kroon maakt hij lange ritten te paard door de Albanese bergen en bezoekt hij recepties en feesten van buitenlandse legers.
In mei 1914 verandert de situatie. Fabius en Kroon worden abrupt naar Durazzo gestuurd, waar de situatie zeer gespannen is. De zwakke Duitse prins zu Wied en rivaliserende Albanese clans veroorzaken politieke onrust die doet vrezen voor de stabiliteit van het land. Met medewerking van zijn Nederlandse collega-officieren en Oostenrijkse militairen bezet Fabius strategische artilleriestellingen om Durazzo te verdedigen. Op 15 juni 1914 wordt de stad aangevallen door moslimopstandelingen uit Midden-Albanië. Het leidde tot de dood van majoor Thomson, die door Fabius zeer werd bewonderd, en zijn begrafenis in Nederland werd een dag van nationale rouw.
Peak na deze turbulente periode breekt de Eerste Wereldoorlog uit en vertrekken alle Nederlandse militairen, waardoor de missie op een fiasco uitloopt. In 1918 publiceert Fabius zijn boek *Zes maanden in Albanië*. Dit openhartige verslag biedt een inzichtelijke kijk op zijn bizarre ervaringen en de complexe maatschappelijke en politieke dynamiek van het land. Het boek heeft veel aandacht gekregen en leest als een avonturenroman, vol intriges en politieke verwikkelingen. Ook deze vierde druk bevat een nieuw nawoord.
Voorjaar 1914. De jonge Nederlandse officier Jan Fabius meldt zich aan voor deelname aan een vredesmissie in het kwetsbare Albanië. Na de onafhankelijkheid van het land in 1912 is de situatie gespannen. Griekenland en Montenegro schenden de grenzen, en het vertrek van het Ottomaanse leger heeft geleid tot een gezagsvacuüm. De missie, onder leiding van kolonel Willem de Veer en zijn rechterhand Lodewijk Thomson, heeft als doel het oprichten van een gendarmerie. Twaalf Nederlandse officieren, waaronder Fabius en zijn collega Kroon, worden verdeeld over zes Albanese regio’s, met Scutari als hun standplaats.
In Scutari, Noord-Albanië, komen Fabius en Kroon aan in maart 1914. Ze treffen het moeilijk om de gewenste gendarmerie op te zetten, mede door tegenwerking van een internationale controlecommissie, die na een vredesverdrag de leiding over de stad heeft overgenomen. Engeland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Oostenrijk-Hongarije hebben hier tijdelijke troepen gestationeerd, waardoor de nieuwe Albanese regering, die zich in Durazzo bevindt, weigert financiële steun te geven. Fabius en Kroon hebben dan ook weinig te doen, maar weten zich goed te vermaken. Fabius houdt een uitgebreid dagboek bij van zijn belevenissen en netwerkactiviteiten met diplomaten en militaire en kerkelijke leiders. Samen met Kroon maakt hij lange ritten te paard door de Albanese bergen en bezoekt hij recepties en feesten van buitenlandse legers.
In mei 1914 verandert de situatie. Fabius en Kroon worden abrupt naar Durazzo gestuurd, waar de situatie zeer gespannen is. De zwakke Duitse prins zu Wied en rivaliserende Albanese clans veroorzaken politieke onrust die doet vrezen voor de stabiliteit van het land. Met medewerking van zijn Nederlandse collega-officieren en Oostenrijkse militairen bezet Fabius strategische artilleriestellingen om Durazzo te verdedigen. Op 15 juni 1914 wordt de stad aangevallen door moslimopstandelingen uit Midden-Albanië. Het leidde tot de dood van majoor Thomson, die door Fabius zeer werd bewonderd, en zijn begrafenis in Nederland werd een dag van nationale rouw.
Peak na deze turbulente periode breekt de Eerste Wereldoorlog uit en vertrekken alle Nederlandse militairen, waardoor de missie op een fiasco uitloopt. In 1918 publiceert Fabius zijn boek *Zes maanden in Albanië*. Dit openhartige verslag biedt een inzichtelijke kijk op zijn bizarre ervaringen en de complexe maatschappelijke en politieke dynamiek van het land. Het boek heeft veel aandacht gekregen en leest als een avonturenroman, vol intriges en politieke verwikkelingen. Ook deze vierde druk bevat een nieuw nawoord.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: