Dit album van Alfredo Marcucci, de Philharmonische Cellisten en contrabassist Piotr Stefaniak verscheen in 2001 en brengt de werelden van Astor Piazzolla en Peter Iljitsj Tsjaikowsky samen. De karakteristieke klank van het bandoneon van Marcucci wordt omringd door een rijk cello-ensemble, waardoor Piazzolla’s vernieuwende tango-idioom – vaak aangeduid als tango nuevo, sterk beïnvloed door de twintigste-eeuwse klassieke muziek – een kamerachtige intensiteit krijgt. De combinatie van bandoneon en celli onderstreept zowel het ritmische raffinement als de melancholische lyriek die Piazzolla’s stijl kenmerken, op het snijvlak van klassieke moderniteit en Argentijnse dansmuziek. In het andere deel van het programma staat Tsjaikowsky centraal, vertegenwoordiger van de late romantiek, wiens verfijnde pianominiaturen hier zijn omgevormd tot een weelderige klankwereld voor cello-ensemble. De Philharmonische Cellisten laten in deze bewerking de typische romantische expressie, melodische warmte en harmonische diepte van Tsjaikowsky horen, terwijl de arrangementen de seizoensgebonden stemmingen kleurrijk uitlichten. Samen vormt het album een stilistische dialoog tussen Russische laatromantiek en Argentijnse tango nuevo, gedragen door de expressieve kracht van Marcucci, Stefaniak en de Philharmonische Cellisten.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: