De Gottschalls vertelt het aangrijpende verhaal van een Joodse familie uit Klein-Gerau, dichtbij Frankfurt. Eeuwenlang waren zij middenstanders met een kleine worstfabriek en een winkeltje aan huis, een vertrouwd onderdeel van het dorpsleven. Hun leven veranderde volledig toen Hitler in 1933 aan de macht kwam. De broers Herbert en Arthur vluchtten naar Amsterdam, terwijl hun ouders geprobeerd hebben om ook naar Nederland te vluchten, maar gezinshereniging werd tegengehouden. Tijdens de oorlog wist Arthur met zijn vrouw Josephine naar Jamaica te vluchten en kwam hij uiteindelijk als rekruut van de Prinses Irene Brigade in actie voor de bevrijding van Europa. Lizette Eijsbouts verweeft deze familiegeschiedenis met de bredere geschiedenis van antisemitisme en nationalisme in Duitsland. Het boek is een getuigenis over uitsluiting en racisme en laat zien wat er met een leven kan gebeuren wanneer men door een politiek bewind als ongewenste vreemdeling wordt gezien.
De Gottschalls behoren tot de Landjuden van Hessen en bleven lange tijd een vast onderdeel van het kleine dorpsleven van Klein-Gerau, met ongeveer zeshonderd inwoners.
- Joodse familie Gottschalls uit Klein-Gerau nabij Frankfurt
- De familie hoorde bij de Landjuden van Hessen
- Broers Herbert en Arthur vluchten naar Amsterdam
- Ouders trachten te vluchten na Kristallnacht
- Arthur vecht in de Prinses Irene Brigade
- Verhaal verweven met antisemitisme en nationalisme in Duitsland